nl

Contact

sarah.vanheghe@adlex.be

+32 89 32 23 00

De nieuwe Pandwet: de invoering van het pandregister

Publicatiedatum: 02/09/18

Het pand is een zakelijke zekerheid waarbij aan de schuldeiser (de pandhouder) het recht wordt verleend om, wanneer zijn schuldenaar (de pandgever) nalaat om de gewaarborgde schuld terug te betalen, zijn pandrecht uit te winnen en bij voorrang boven de andere schuldeisers betaald te worden uit de opbrengst van de verkoop van de met het pand bezwaarde goed.

Het probleem met het pandrecht op roerende goederen was echter de verplichte buitenbezitstelling van het verpande goed: opdat het pandrecht tegenwerpelijk zou zijn aan derden, zoals andere schuldeisers van de pandgever, was het noodzakelijk dat de eigenaar als het ware werd onteigend en dat het verpand goed op materiële wijze werd overhandigd aan de pandhouder. Door de buitenbezitstelling was de pandgever echter niet meer in mogelijkheid het verpande goed zelf aan te wenden, te gebruiken of te exploiteren. Dit gegeven creëerde vooral een verregaand nadeel voor een pand op bedrijfsgoederen, nu deze bedrijfsgoederen de schuldenaar-pandgever net in staat zouden moeten stellen inkomsten te genereren om de gewaarborgde schuld terug te betalen.

Het is onder meer dit praktisch nadeel dat de wetgever er toe heeft aangezet het pandrecht te reviseren. Met de langverwachte Wet van 1 januari 2018 voerde de wetgever dan ook een aantal nieuwigheden in betreffende het pandrecht, zoals de invoering van het Nationaal Pandregister.

1                 Pandregister

Zoals eerder toegelicht vormde de verplichte buitenbezitstelling een belangrijk nadeel voor het gebruik van het pandrecht bij roerende goederen. De nieuwe Pandwet tracht hieraan te remediëren door de invoering van een bezitloos pandrecht. Door de invoering van het bezitloos karakter van het pand is een buitenbezitstelling niet langer vereist en kan het pandrecht worden gevestigd door de loutere wilsovereenstemming tussen de schuldeiser (pandhouder) en de schuldenaar (pandgever).

Opdat het bezitloos pandrecht toch tegenwerpelijk zou zijn aan derden introduceert de nieuwe pandwet het Nationaal Pandregister als alternatief voor de buitenbezitstelling. Het Nationaal Pandregister is een geïnformatiseerd centraal register waarin het pandrecht dient te worden ingeschreven/geregistreerd. De datum van de registratie in het pandregister bepaalt de rang van het pandrecht, waarbij het principe ‘wie eerst komt, eerst maalt’ wordt gehanteerd.

Het is de pandhouder die verantwoordelijk is voor de registratie van zijn pandrecht in het pandregister en hij draagt de kosten hiervan. De kost van registratie bestaat uit een retributie, die progressief wordt berekend in functie van de waarde van het in pand gegeven goed of het bedrag van de gewaarborgde schuldvordering.

Ook derden, bijvoorbeeld andere schuldeisers van de pandgever, kunnen het pandregister consulteren aan de hand van hun elektronische identiteitskaart. Een derde kan op die manier een opzoeking doen in het pandregister met betrekking tot een specifiek roerend goed om na te gaan of het desbetreffende goed reeds met een pandrecht is bezwaard.

2                 Verzilvering van het pand

Wanneer de schuldenaar-pandgever nalaat de door het pandrecht gewaarborgde schuldvordering terug te betalen, kan de schuldeiser-pandhouder zijn pandrecht verzilveren door het in pand gegeven goed te verkopen of te verhuren en zichzelf de opbrengst toe te bedelen.

De nieuwe Pandwet voorziet in een specifieke procedure voor het verzilveren van het pandrecht. Een voorafgaandelijke machtiging van de rechter is hierbij niet vereist, tenzij de pandgever een consument is of in het geval er tijdens de uitwinning een discussie zou ontstaan tussen de pandhouder, de pandgever en/of een belanghebbende derde.

Besluit

Met de nieuwigheden van de Pandwet van 1 januari 2018, in het bijzonder de creatie van het Nationaal Pandregister, heeft de wetgever getracht het pandrecht te moderniseren om het gebruik ervan te stimuleren. De invoering van het pandregister als alternatief voor de verplichte buitenbezitstelling biedt een groot voordeel op economisch vlak: de pandgever behoudt de mogelijkheid om de verpande goederen zelf verder te gebruiken, bijvoorbeeld in het kader van de exploitatie van zijn onderneming, zonder dat de tegenwerpbaarheid van het pandrecht aan andere schuldeisers in het gedrang komt. Het ziet er dan ook naar uit dat de nieuwe Pandwet de gebruiksvriendelijkheid van het pandrecht als zakelijke zekerheid aanzienlijk heeft vergroot.
  


Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie