nl

Contact

michelle.schouteden@adlex.be

+32 89 32 23 00

Mijn buurman, zijn huisdieren en hun uitwerpselen: wanneer kan ik schadevergoeding krijgen?

Publicatiedatum: 20/12/17
Mijn buurman, zijn huisdieren en hun uitwerpselen: wanneer kan ik schadevergoeding krijgen?

Uw buurman heeft huisdieren en die brengen bepaalde lasten met zich mee. Het is voor velen herkenbaar. Of het nu duiven, honden of paarden zijn, elk hebben ze hun eigen natuurlijke kenmerken. Ze maken typische, niet altijd meest aangename geluiden, ze brengen bepaalde, minder prettige geuren met zich mee en laten soms op de verkeerde plaats (uw erf) een presentje achter. Dit kan al eens voor overlast zorgen. Maar is die overlast groot genoeg om schadevergoeding te krijgen?

In zijn vonnis van 27 december 2016 heeft de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent zich uitgesproken over de al dan niet vergoedbaarheid van schade ontstaan door geurhinder, geluidsoverlast en uitwerpselen van dieren. Het ging het specifiek over overvliegende duiven, maar de redenering kan open getrokken worden naar alle soorten huisdieren. U kan op drie gronden trachten schadevergoeding te bekomen, al verschilt de omvang van de vergoeding wel naargelang de grond die u kiest.

1. Persoonlijke aansprakelijkheid (art. 1382 BW)

De moeilijkste weg is die van de persoonlijke aansprakelijkheid van uw buurman, omdat er dan een fout in zijn hoofde aangetoond moet worden. Echter, het louter houden van huisdieren die eventueel hinder veroorzaken, maakt op zichzelf nog geen buitencontractuele fout uit. Een huisdier hebben is immers niet verboden. Als het huisdier van uw buurman u op subjectieve wijze stoort (vb. geurhinder) of zelfs op objectieve wijze schade berokkent (vb. uitwerpselen op uw eigendom), dan is dat nog niet voldoende om tot aansprakelijkheid van uw buurman te besluiten. Hij heeft daarbij namelijk geen enkele fout begaan.

Pas als u naast die schade ook foutief gedrag kan aantonen (er is bijvoorbeeld opzet/ pestgedrag in het spel), komt de aansprakelijkheid van uw buurman in het gedrang. Duidelijk is dat 1) dit zelden het geval zal zijn en 2) als dit al het geval is, het bewijs ervan een grote hindernis vormt.

2. Kwalitatieve aansprakelijkheid voor dieren (art. 1385 BW)

De grote hindernis van het foutbewijs verdwijnt onder de optie van de kwalitatieve aansprakelijkheid. Artikel 1385 BW vereist enkel dat uw buurman de eigenaar of bewaarder van het dier is en dat dat dier schade heeft veroorzaakt. Als dat het geval is, wordt zijn fout onweerlegbaar vermoed.

Hoewel het moeilijke foutbewijs hier wegvalt, blijft het bewijs van schade nog steeds vereist. Zoals de rechter terecht oordeelde, is het gehinderd worden door de loutere aanwezigheid van het dier –met alle natuurlijke kenmerken van dien- niet voldoende om van vergoedbare schade te kunnen spreken. Vergoedbare schade is een objectieve aantasting van andermans persoon of vermogen. Dit betekent dat geur- en geluidsoverlast geen schade kunnen vormen, aangezien die geuren en geluiden inherent zijn aan het wezen van de dieren in kwestie en noch de persoon noch het vermogen van een ander kunnen aantasten.

De uitwerpselen daarentegen, kunnen in bepaalde gevallen wel vergoedbare schade opleveren. Achtergelaten uitwerpselen op uw erf maken wel degelijk een aantasting van uw patrimonium uit. De uitwerpselen laten misschien vlekken achter op uw terras, uw tuinmeubelen en u zal ze moeten opkuisen. Hoewel dit een volkomen normale, voorzienbare en natuurlijke gedraging is van het dier, maakt het toch een vervuiling van uw patrimonium uit, die u niet hoeft te dulden.     

U bent alsdan ook gerechtigd tot een integrale schadeloosstelling, bij voorkeur in natura. Die kan er in bestaan dat uw buurman de uitwerpselen opruimt en de eventuele vlekken opkuist. Mocht schadevergoeding in natura niet lukken (de vlekken zijn onuitwasbaar), dan kan een en ander in geld vergoed worden. Wat duidelijk niet kan, en zo oordeelde de rechter  ook, is uw buurman verplichten om zijn huisdieren weg te doen. Dit zou misbruik uitmaken van uw recht op schadevergoeding (rechtsmisbruik).

3. Burenhinder (art. 544 BW)

Als laatste kan u het dierlijk gedrag trachten aan te vechten op basis van burenhinder. Er moet dan sprake zijn van een stoornis die de normale hinder uit nabuurschap overschrijdt. Het “evenwicht” tussen de buren moet verstoord zijn. Daarbij zijn twee regels van belang. Enerzijds geldt het criterium van “eerstaanwezigheid”. Als uw buurman en zijn huisdieren er eerst waren, u pas later zijn buur bent geworden en u het gedrag van die dieren jaren hebt geduld, dan is de kans zeer klein dat de rechter zal oordelen dat het evenwicht nu plots verstoord zou zijn. Mochten de lasten echter recent exponentieel verhoogd zijn, dan is die kans veel groter. Anderzijds geldt er een zekere tolerantiemarge. Een hond die hard blaft, paarden die niet aangenaam ruiken of vogels die altijd fluiten, moeten acceptabel zijn in het kader van nabuurschap.

Belangrijk is dat in het geval van burenhinder, in tegenstelling tot de persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid, geen integrale schadevergoeding is voorzien, maar enkel een billijke compensatie die ervoor zorgt dat het evenwicht terug hersteld is.     

Besluit

De meest voordelige optie om schadevergoeding te krijgen voor de hinder die de huisdieren van uw buurman u bezorgen, is duidelijk de kwalitatieve aansprakelijkheid. Het voordeel ten opzichte van de persoonlijke aansprakelijkheid is dat het zware foutbewijs wegvalt. Het voordeel ten aanzien van de burenhinder is dat uw schade integraal vergoed wordt. Vereist is natuurlijk wel dat er sprake is van schade. Uw vermogen of uw persoon moet op een objectieve wijze aangetast zijn, hetgeen doorgaans betekent dat u enkel vergoeding kan krijgen voor achtergelaten uitwerpselen op uw erf.  

   

Meer over aansprakelijkheidsrecht en verzekeringsrecht

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie