nl

Vlaanderen leidt onteigeningsprocedure binnen in de 21e eeuw

Publicatiedatum: 10/05/17
Vlaanderen leidt onteigeningsprocedure binnen in de 21e eeuw

Twee van de drie onteigeningswetten zijn veruit de oudste nog actieve wetten van ons land. Middels de 6e staatshervorming kreeg Vlaanderen de mogelijkheid om deze federale onteigeningswetten om te vormen naar een overkoepelend Vlaamse onteigeningsregeling waarbij eenvormigheid, snelheid en eenvormigheid de hoekstenen zijn. Dit resulteerde in het Vlaams Onteigeningsdecreet zoals goedgekeurd op 24 februari 2017.

De essentie van onteigenen betreft het gedwongen overdragen van de eigendom van of het zakelijk recht op een onroerend goed. Onteigening kan enkel geschieden in het kader van het algemeen belang en wanneer voldaan is aan de zgn. 'noodzakelijkheidsvoorwaarde'. Immers, de onteigening is en blijft het ultieme middel voor een overheid om eigendom te verwerven.

Het gros van de Vlaamse instellingen kan tot onteigening overgaan zoals de Vlaamse regering, sociale huisvestingscomités, netbeheerders, havenbedrijven, polderbesturen, … . Nieuw is ook dat aan provincies en gemeenten uitdrukkelijk de onteigeningsmogelijkheid wordt toegestaan. Een voorafgaande machtiging zoals eertijds zal verdwijnen. Gemeenten, resp. provincies zullen wel een machtiging moeten verlenen aan het OCMW, autonome gemeentebedrijven, … resp. autonome provinciebedrijven of provinciale ontwikkelingsmaatschappijen.

Het Vlaamse Onteigeningsdecreet voorziet nog steeds in twee fasen nl. de administratieve- en de gerechtelijke fase.

De administratieve fase start met de opmaak van enkele basisdocumenten bestaande uit een voorlopig onteigeningsbesluit, een onteigeningsplan en een projectnota. Nieuw is dat de plicht tot (ernstig) onderhandelen wordt ingevoerd. De wijze van onderhandelen wordt niet geregeld en zal dus uit de praktijk moeten blijken. Weliswaar zal er door de overheid een schriftelijk, objectief en gemotiveerd aanbod overgemaakt worden. Slechts 4 weken laten mag overgegaan worden tot dagvaarding.

Een tweede nieuwigheid betreft de introductie van een openbaar onderzoek bij elke onteigening. Enkel eigenaars van het te onteigenen goed en de houders van zakelijke of persoonlijke rechten hierop, krijgen de gelegenheid om tijdens het openbaar onderzoek opmerkingen te formuleren. Het voorlopige onteigeningsbesluit kan enkel gewijzigd worden op basis van opmerkingen die geformuleerd werden tijdens het openbaar onderzoek.

Een derde nieuwigheid betreft de mogelijkheid om als de eigenaar of houder van een zakelijk recht op een onroerend goed die bereid is, en in staat is om het doel dat de overheid voor ogen had, zelf te realiseren. Deze kan tijdens het openbaar onderzoek een verzoek tot zelfrealisatie indienen. Het onteigeningsdecreet voert een specifieke procedure in voor die zelfrealisatie. Die procedure kan uitmonden in een 'zelfrealisatieconvenant'.

Na beëindiging van het openbaar onderzoek zal het definitief onteigeningsbesluit opgemaakt worden en neemt de bestuurlijke fase een einde.

Het definitieve onteigeningsbesluit kan bestreden worden voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

De gerechtelijke fase gaat in essentie over de hoogte van de onteigeningsvergoeding. De vrederechter wordt middels dagvaarding gevat. Het Vlaamse Onteigeningsdecreet gaat niet dieper in op de procedurestappen en beperkt zich tot het bepalen dat de vrederechter binnen de drie maanden na de inleidingszitting uitspraak moet doen over de wettigheid van de onteigening. Voorts moet de vrederechter binnen de vijf maanden volgend op het verzoek tot instaatstelling uitspraak doen over de definitieve onteigeningsvergoeding. Alle partijen kunnen een beroep instellen tegen het vonnis dat de definitieve vergoeding vaststelt en dit bij de rechtbank van eerste aanleg. De rechtbank doet uitspraak over de definitieve onteigeningsvergoeding binnen de vijf maanden.

Nieuw is dat het Vlaamse Onteigeningsdecreet de inbezitneming door de overheid in regel vastlegt zodra er een provisionele vergoeding is betaald die aanvaardbaar is in het licht van de later te bepalen definitieve vergoeding.

Naast de regeling van de beiden fasen wordt in het Vlaamse Onteigeningsdecreet dieper ingegaan op o.a. het recht van wederoverdracht. Dit recht ontstaat als binnen een termijn van vijf jaar geen aanvang wordt gemaakt met de realisatie van het onteigeningsdoel. In dat geval moet de onteigenende instantie het goed opnieuw aanbieden aan de onteigende partij of haar rechtsopvolgers. Die zijn echter geheel vrij om op het aanbod in te gaan.

Voorts krijgt de onteigende voortaan een recht op een gedwongen overname van het deel van het onroerend goed dat niet onteigend wordt.

Hiervoor werd reeds vermeld dat het Vlaamse Onteigeningsdecreet goedgekeurd werd op 24 februari 2017, doch tot op heden is het wachter op het uitvoeringsbesluit. De Vlaamse minister van Omgeving maakt zich sterk dat het uitvoeringsbesluit en aldus ook de inwerkingtreding van de nieuwe en Vlaamse onteigeningsregeling nog in 2017 in werking zal treden.

Besluit

Voor alle onteigeningen binnen het Vlaams Gewest komt er een overkoepelende onteigeningsregeling. Die vervangt de bestaande federale wetten dewelke niet meer voldoen aan de maatschappelijke noden en vragen in de 21e eeuw. Hoekstenen als snelheid, eenvormigheid en efficiëntie zullen er moeten voor zorgen dat de onteigende een significantere zekerheid krijgt over diens rechtspositie en omtrent de decretaal verankerde rechtsbescherming.
Echter, het Vlaamse Onteigeningsdecreet bevat nog meerdere blind spots waarop het uitvoeringsbesluit en/of de praktijk meer duidelijkheid zullen brengen.

Rechtsdomeinen

Meer over omgevingsrecht

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie