nl

Aansprakelijkheid voor zaken

Publicatiedatum: 10/06/16

Artikel 1384, lid 1 Burgerlijk Wetboek bevat een algemene kwalitatieve aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken die men onder zijn bewaring heeft. De bewaarder van een zaak is aansprakelijk indien schade wordt veroorzaakt door een gebrek in de zaak. Het betreft een vermoeden van aansprakelijkheid dat aan de benadeelden die schade hebben geleden door de daad van zaken die men onder zijn bewaring heeft een betere bescherming wil bieden. Wanneer is een zaak gebrekkig? Kan het vermoeden van aansprakelijkheid worden weerlegd door de bewaarder? Dit artikel zal ingaan op de toepassing van deze bepaling.

1 Het begrip “gebrek in de zaak"

De vraag stelt zich wanneer een zaak gebrekkig is (in de zin van artikel 1384, lid 1 Burgerlijk Wetboek).

Een zaak is gebrekkig, wanneer zij een abnormaal kenmerk vertoont waardoor ze in bepaalde omstandigheden schade kan veroorzaken.

Een zaak vertoont een abnormaal kenmerk wanneer zij ongeschikt is voor normaal gebruik waartoe zij is bestemd of wanneer zij niet beantwoordt aan de normaal gestelde maatschappelijke verwachtingen. Anders geformuleerd, er is sprake van een gebrek in de zaak indien de zaak niet voldoet aan de eisen die men aan een zodanige zaak mag stellen.

Het gebrek in de zaak moet concreet worden aangetoond. De rechter moet nagaan of het kenmerk van de zaak, waarvan het slachtoffer beweert dat het een gebrek is dat hem schade heeft berokkend, een abnormale dan wel een normale gesteldheid is op het ogenblik van de feiten. Het abnormale karakter van een zaak kan slechts worden beoordeeld door een vergelijking te maken met zaken van dezelfde soort en hetzelfde type op het ogenblik van de feiten, dit in het licht van de mogelijkheid om in bepaalde omstandigheden schade te berokkenen.

Het abnormaal kenmerk moet niet noodzakelijk een intrinsiek kernmerk zijn of een blijvend element dat inherent is aan de zaak. Evenmin is het vereist dat het abnormaal kenmerk zich voordoet buiten ieder toedoen van een derde. Zo blijft de bewaarder van een gebrekkige zaak aansprakelijk wanneer het gebrek door een vreemde oorzaak werd veroorzaakt.

De onwetendheid van de bewaarder van de zaak over de oorsprong van het gebrek neemt de verantwoordelijkheid voor het gebrek niet weg. De bewaarder van de zaak blijft dus aansprakelijk zelfs wanneer hij het gebrek van de zaak niet kende of niet kon kennen.

2 Bewaring van de zaak

De bewaarder van een gebrekkige zaak is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door die zaak aan derden.

De bewaarder van de zaak is degene die voor eigen rekening ervan gebruikmaakt of het genot ervan heeft met recht van leiding en toezicht. Er moet sprake zijn van een intellectuele leiding van die zaak, waardoor de betrokken persoon de werking en het gebruik ervan heeft kunnen beheersen, al was het maar op een abstracte manier, en zelfs zonder dat hij die zaak daadwerkelijk in zijn bezit had.

De persoon die slechts een beperkt gebruik heeft van een zaak, oefent over deze zaak niet het vereiste gezag, leiding en toezicht uit om als bewaarder ervan te worden beschouwd. De eigenaar die de zaak moet onderhouden en er van gebruikmaakt onder zijn eigen leiding en toezicht blijft de bewaarder. Dat betekent dat ook een lener en zelfs een dief of gebruiksdief de juridische bewaarder van een zaak kan zijn en derhalve verantwoordelijk kan worden gesteld voor de schade die de zaak veroorzaakt.

De bewaring vereist echter niet dat de bewaarder de technische kennis heeft om het gebrek te herstellen noch dient er tussen hem en de zaak een eigendoms- of enig ander juridische relatie te bestaan, noch dient het om een afgewerkte zaak te gaan.

Indien verschillende personen de zaak onder hun bewaring hebben (zoals mede-eigenaars) is ieder van hen ten aanzien van het slachtoffer gehouden tot algehele vergoeding van de schade. De bewaarders kunnen echter een onderlinge verdeling naar verhouding van ieders aandeel afspreken.

Voor ongevallen te wijten aan een gebrek in het wegennet kan het slachtoffer de bevoegde overheid aanspreken. De bewaring valt onder de bevoegdheid van de overheid tot wiens domein de weg behoort. De gewesten zijn in principe aansprakelijk voor gebreken aan de autosnelwegen en gewestwegen, de provincies voor de provinciewegen en de gemeenten voor de gemeentewegen.

3 Oorzakelijk verband met de schade

De bewaarder wordt vermoed aansprakelijk te zijn, ook al heeft hij geen fout begaan.

Het slachtoffer dient te bewijzen dat de schade die hij heeft geleden het gevolg is van de gebrekkige zaak. Het bestaan van het gebrek kan niet alleen worden afgeleid uit het bestaan van de schade zelf, zonder dat wordt nagegaan of de schade te wijten is aan een gebrek of een slechte werking van de zaak. Het slachtoffer is niet verplicht het gebrek van de zaak te bepalen. Het is voldoende dat het slachtoffer bewijst dat de schade niet mogelijk zou zijn geweest indien het gebrek van de zaak niet had bestaan.

Het vermoeden van aansprakelijkheid geldt enkel ten voordele van personen die rechtstreeks schade hebben geleden.

De bewaarder kan het schuldvermoeden enkel omkeren indien hij aantoont dat de schade niet te wijten is aan een gebrek in de zaak, maar veroorzaakt werd door een vreemde oorzaak, namelijk door toeval, overmacht, de daad van een derde of van het slachtoffer zelf. Met andere woorden, de bewaarder van de zaak moet aantonen dat de schade ook zonder het gebrek waarmee de zaak is behept zou zijn ontstaan zoals zij zich heeft voorgedaan.

Besluit

De aansprakelijkheid van de bewaarder wordt vermoed indien schade wordt veroorzaakt door een gebrek in de zaak. Het slachtoffer dient enkel te bewijzen dat de schade die hij heeft geleden het gevolg is van de gebrekkige zaak. Er is sprake van een gebrek in de zaak wanneer zij een abnormaal kenmerk vertoont waardoor ze in bepaalde omstandigheden schade kan veroorzaken. De bewaarder van de zaak is degene die voor eigen rekening ervan gebruikmaakt of het genot ervan heeft met recht van intellectuele leiding en toezicht. De aansprakelijkheid voor zaken is in de praktijk een bron van casuïstiek. De rechter dient namelijk steeds geval per geval na te gaan of er aan de toepassingsvoorwaarden voldaan is. Dat maakt de toepassing ervan eerder ingewikkeld.

U doet best beroep op een gespecialiseerde advocaat om u te begeleiden.

Meer over verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie