nl

Hof van Cassatie bevestigt partiële nietigheid van niet-concurrentiebeding

Publicatiedatum: 09/01/16

Voortaan zal een niet-concurrentiebeding, dat opgenomen werd in de overeenkomst houdende overdracht van een onderneming en dat gedeeltelijk strijdig is met een bepaling van openbare orde niet ipso facto nietig zijn. Het Hof van Cassatie heeft in haar arrest van 23 januari 2015 een milde toepassing gemaakt van de absolute nietigheidsregels.

Een niet-concurrentiebeding heeft twee geldigheidsvoorwaarden: enerzijds moet het toepassingsgebied van het niet-concurrentiebeding beperkt worden in de tijd, anderzijds moet het beding beperkt worden in de ruimte. Bij gebreke aan hogervermelde elementen is het beding ongeldig. Desalniettemin kan het voorkomen dat een overdreven beperking in tijd en ruimte de vrijheid van handel en nijverheid op onredelijke wijze belemmerd, hetgeen absoluut verboden is krachtens artikel 7 van het Decreet d'Allarde van 17 maart 1791.

Een redelijke invulling van de draagwijdte van het begrip tijd en ruimte valt onder de appreciatiebevoegdheid van de feitenrechter. Het Hof van Cassatie heeft in haar recent arrest geoordeeld dat een concurrentieverbod van 17 jaar de vrijheid van handel en nijverheid op disproportionele wijze belemmerd. Toch zal het niet-concurrentiebeding niet integraal nietig zijn, omdat de geldigheidsvereisten wel vervuld waren. De rechter kan de nietigheid beperken tot het met een bepaling van openbare orde strijdig gedeelte van het beding op voorwaarde dat het voortbestaan van het gedeeltelijke vernietigde beding beantwoordt aan de partijbedoeling. Anders gezegd kan de rechter de overdreven tijds- of ruimtebepaling matigen tot de overschrijding van de toegelaten duur of afstand, die hij zelf apprecieert, rekening houdend met de wederzijdse belangen van partijen. Het spreekt voor zich dat per dossier de invulling van deze begrippen verschillend kunnen zijn.

Besluit

Het Hof van Cassatie maakt in haar arrest van 23 januari 2015 tabula rasa met nietige niet-concurrentiebedingen bij de overdracht van ondernemingen. Door rekening te houden met de bedoeling van de partijen creëert het Hof meer rechtszekerheid en houdt zij het niet-concurrentiebeding staande, niettegenstaande schromelijk overdreven beperkingen die door de feitenrechter billijk gematigd kunnen worden.

Meer over ondernemings- en vennootschapsrecht

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie