nl

Vallen van de trap in eigen woning: een arbeidswegongeval?

Publicatiedatum: 23/12/15
Vallen van de trap in eigen woning: een arbeidswegongeval?

De werkgever moet zijn personeel verzekeren tegen arbeidsongevallen vanaf de eerste dag dat hij hen tewerkstelt. Minder voor de hand liggend is het feit dat, naast ongevallen tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, ook ongevallen op de weg van en naar het werk beschouwd worden als arbeidsongevallen. Denk bijvoorbeeld aan een werknemer die, op weg naar kantoor, slachtoffer wordt van een verkeersongeval. Men spreekt dan over een arbeidswegongeval. Maar vanaf wanneer bevindt een werknemer zich op 'de arbeidsweg'? Het antwoord op die vraag lijkt in eerste instantie eenduidig maar schijn bedriegt, zoals hierna zal blijken.

1 Wanneer is er sprake van een arbeidswegongeval?

Een arbeidswegongeval wordt door de wetgever gedefinieerd als 'een ongeval dat zich voordoet op de weg naar en van het werk'. De door de wetgever aangereikte definitie is evenwel nogal vaag en moeilijk hanteerbaar in de praktijk. Daarom werden, in de schoot van de wettelijke definitie, vier voorwaarden onderscheiden die vervuld moeten zijn opdat er sprake is van een arbeidswegongeval:

  • er moet een plotselinge gebeurtenis zijn;
  • er moet een letsel zijn;
  • het letsel moet het gevolg zijn van de plotselinge gebeurtenis;
  • het ongeval moet zich voorgedaan hebben op de arbeidsweg.

Deze bijdrage spitst zich toe op de invulling van de laatste voorwaarde: de arbeidsweg.

2 De arbeidsweg

Onder het begrip 'arbeidsweg' wordt verstaan 'het normale traject dat de werknemer moet afleggen om zich van zijn verblijfplaats te begeven naar de plaats waar hij werkt en omgekeerd.'

2.1 Normaal traject

In principe mag de werknemer zelf zijn arbeidsweg kiezen. Bij de beoordeling van het 'normale' karakter wordt er rekening gehouden met zowel de afstand als de tijd. Het gaat dus in principe over de geografische of chronologische normale weg. Dat is niet noodzakelijk de kortste of snelste weg. Zo werd onder meer aanvaard dat een werknemer enkel de grote verkeerswegen nam omdat hij de streek niet goed kende. Omwegen zijn in principe toegelaten voor zover ze nodig en redelijkerwijze te verantwoorden zijn.

2.2 Beginpunt: verblijfplaats

De arbeidsweg start op het moment dat de werknemer zijn verblijfplaats verlaat. De verblijfplaats is de plaats waar de werknemer op zijn minst tijdelijk woont of verblijft. Die plaats valt niet noodzakelijk samen met de plaats van domicilie. Het gaat om de feitelijke woonplaats van de werknemer op één bepaald moment. Er moet sprake zijn van een regelmaat of bestendigheid of op zijn minst een bedoeling in hoofde van de werknemer om op die bepaalde plaats dikwijls te verblijven.

Zo werd beschouwd als 'verblijfplaats': de vakantiewoning die de werknemer één maand gehuurd heeft in de Ardennen, het ziekenhuis waar de werknemer verblijft aan de zijde van zijn zieke vrouw, het tweede verblijf in Knokke waar de werknemer telkens zijn weekend doorbrengt, …

2.3 Eindpunt: de plaats van tewerkstelling

De arbeidsweg eindigt op het moment dat de werknemer aankomt bij de plaats van tewerkstelling. Dat is de plaats waar de werknemer, in de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst, onder het gezag van de werkgever staat. Het is niet vereist dat dit gezag reëel is. Het is voldoende dat de werkgever in de mogelijkheid is om virtueel gezag uit te oefenen.

3 Drempelcriterium als sleutelbegrip

De arbeidsweg begint / eindigt wanneer de werknemer zijn verblijfplaats respectievelijk verlaat / betreedt. De vraag is echter op welk ogenblik vindt die handeling precies plaats? Om dat ogenblik te bepalen heeft de wetgever het 'drempelcriterium' ontwikkeld. Het traject van of naar de verblijfplaats begint zodra de werknemer de dorpel/drempel van zijn hoofd- of tweede verblijf verlaat en eindigt zodra die weer overschreden wordt. De invulling van dat criterium is afhankelijk van het feit of de werknemer verblijft in een woning met of zonder gemeenschappelijke gedeelten.

3.1 Werknemer verblijvend in een eengezinswoning

Het gaat in dit geval om woningen zonder gemeenschappelijke gedeelten waar telkens maar één familie of gezin zijn verblijfplaats heeft. Aan de notie 'verblijfplaats' dient een enge betekenis te worden gegeven. Dat heeft tot gevolg dat onder meer tuinpaden en opritten niet beschouwd worden als zijnde behorend tot de verblijfplaats maar integendeel behoren tot de arbeidsweg. Een ongeval dat zich op die plaatsen zou voordoen maakt bijgevolg een arbeidswegongeval uit, hoewel de werknemer in praktijk zijn eigendom / woonst nog niet verlaten heeft. Hetzelfde geldt wanneer de werknemer struikelt op een trapje op weg naar een alleenstaande garage naast de woning. Ook dan is er sprake van een arbeidswegongeval.

De zaken liggen evenwel anders wanneer de werknemer struikelt op een keldertrap die uitmondt in een garage die deel uitmaakt van de woning (bv. kelder). De garage wordt in dat geval beschouwd als zijnde integraal deel uitmakend van de verblijfplaats. De drempel zal in dit geval bestaan uit de dorpel aan de garagepoort zodat de drempeloverschrijding slechts plaats vindt op het moment van buitenrijden van de wagen. We onderscheiden dus een verschillende benadering naargelang het feit of de garage al dan niet rechtstreeks toegang geeft tot de verblijfplaats.

3.2 Werknemer verblijvend in een woning met gemeenschappelijke gedeelten

Wat met een werknemer die een appartement als verblijfplaats heeft? De rechtspraak heeft de enge betekenis die het aan de notie 'verblijfplaats' verleent doorgetrokken. De gemeenschappelijke gangen, trappen, liften en hallen maken geen deel uit van de verblijfplaats. Een ongeval dat zich op dergelijke plaatsen afspeelt (bijvoorbeeld: gemeenschappelijke hal) maakt bijgevolg een arbeidswegongeval uit.

Besluit

De wetgever reikt weinig elementen aan om te bepalen wanneer er sprake is van een arbeidswegongeval. Men kwam niet verder dan een ongeval dat zich afspeelt op de arbeidsweg, zijnde 'het normale traject dat de werknemer moet afleggen om zich van zijn verblijfplaats te begeven naar de plaats waar hij werkt, en omgekeerd'. Uiteindelijk is uit de rechtspraak een bepaalde systematiek ontstaan die erg 'werknemer-vriendelijk' is, zeker wanneer de werknemer ook nog eens in een appartement verblijft. Een ommekeer van die tendens is weinig waarschijnlijk, gelet op de strikte interpretatie die aan de notie 'verblijfplaats' dient verleend te worden. Alleen maar goed nieuws voor de werknemer dus, de arbeidsongevallenverzekeraars daarentegen zien hun potentiële uitgavelast substantieel stijgen.

Meer over arbeids- en sociaalzekerheidsrecht

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie