nl

Schuldeisersbescherming bij afnemende kapitaalsplicht

Publicatiedatum: 24/06/15

Sinds de invoering van de s-bvba in januari 2010 is het in België eveneens mogelijk om een vennootschap op te richten met een maatschappelijk kapitaal van slechts een symbolische euro en niettemin te genieten van de bescherming van het privévermogen. Bovendien wordt er gewerkt aan een flexibilisering van het Belgisch vennootschapsrecht, waarbij de afschaffing van de kapitaalsplicht binnen de bvba tot de mogelijkheden behoort. Bij een afnemende tot afwezige kapitaalsplicht dringen alternatieve vormen van schuldeisersbescherming zich op.

1 S-bvba: een light vehicle

Naar het voorbeeld van onze buurlanden, waar al langer de mogelijkheid om een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid op te richten met een zeer beperkt maatschappelijk kapitaal bestond, heeft de Belgische wetgever in 2010 de s-bvba ingevoerd.

De s-bvba heeft als voornaamste kenmerk dat het maatschappelijk kapitaal zich situeert tussen 1,00 euro en 18.550,00 euro. Zodra het maatschappelijk kapitaal deze grens overschrijdt, zijn de regels van de gewone bvba opnieuw integraal van toepassing.

Aangezien de s-bvba bij voorbaat bedoeld is voor startende ondernemingen, waarbij de hoedanigheid van “starter" op alle uitgaande stukken moet worden vermeld, kunnen enkel natuurlijke personen een s-bvba oprichten of hierin later toetreden.

De algemene vergadering van een s-bvba is verplicht om elk jaar minstens 25% van de nettowinst te reserveren in een reservefonds als tegenprestatie voor de beperkte kapitaalsplicht bij oprichting. Deze verplichting geldt uiteraard enkel voor zover er een nettowinst gerealiseerd kan worden.

Een tweede compensatie voor de beperkte kapitaalsplicht bij oprichting, is de verhoogde hoofdelijke aansprakelijkheid van de vennoten in geval van faillissement voor het verschil tussen het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van 18.550,00 euro, en dit zelfs buiten elke fout om.

In 2014 heeft de wetgever twee andere kenmerken van de s-bvba gewijzigd. De s-bvba kan sedertdien ook voor meer dan vijf jaar opgericht worden en evenmin geldt de omvangbeperking van vijf voltijdse werknemers nog langer.

Hoewel het succes van de s-bvba vrij beperkt is, vormt deze vennootschapsvorm de eerste indicatie van een afnemende kapitaalsplicht.

2 Toekomstig recht: afschaffing kapitaalsplicht bvba?

Het maatschappelijk kapitaal vormt van oudsher een beschermingsmechanisme voor de schuldeisers van een vennootschap ingeval zij geconfronteerd worden met de insolventie ervan. Vanuit deze optiek kan de vereiste van een minimumkapitaal in alle vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid, de noodzaak aan een onafhankelijke en deskundige waardering van inbrengen alsook diverse regels inzake de instandhouding van het kapitaal (vb. alarmbelprocedure) verklaard worden.

In het kader van de modernisering en flexibilisering van het vennootschapsrecht tracht men de gewone bvba meer aantrekkelijk te maken voor alle ondernemingen. Een van de mogelijke pijlers van deze opsmuk van de bvba is de afschaffing van de kapitaalsplicht. Terwijl de kapitaalsplicht in de s-bvba in beperkte vorm blijft bestaan, zou men in de nabije toekomst een gewone bvba kunnen oprichten zonder enige kapitaalsplicht. Hierdoor zou het nut van een s-bvba uiteraard verdwijnen.

Indien deze voorstellen geldend recht worden, vervolgt de wetgever de met de s-bvba ingeslagen weg van een verminderde kapitaalsplicht op drastische wijze.

Aangezien het kapitaal traditioneel als graadmeter van de vennootschap en als bescherming van de schuldeisers wordt beschouwd, moeten er alternatieve beschermingsmechanismen voor schuldeisers worden aangereikt.

3 Schuldeisersbescherming buiten kapitaal

De alternatieve schuldeisersbescherming, of schuldeisersbescherming buiten kapitaal, is voornamelijk van wettelijke en contractuele aard.

Een schuldeisers kan in zijn overeenkomst met de vennootschap voor zichzelf de garantie inbouwen dat de vennootschap geen handelingen kan stellen die zijn positie benadelen, bijvoorbeeld het verbod om bepaalde goederen te vervreemden of het verbod om hypotheken te vestigen. Echter, niet elke schuldeiser bevindt zich in een positie om deze verplichtingen af te dwingen van de vennootschap-medecontractant.

Het merendeel van de schuldeisers zal bijgevolg zijn toevlucht moeten zoeken tot de wettelijke beschermingsmechanismen en de toepassingen hiervan die door de rechtbanken uitgewerkt worden.

Zo beschikt een rechter in sommige gevallen over de mogelijkheid om de beperkte aansprakelijkheid van de vennoten te doorprikken, bijvoorbeeld ingeval de vennoten duidelijk niet voldoende startkapitaal in verhouding tot de activiteiten hebben voorzien.

Een andere instrument is nog de achterstelling van de leningen die de vennoten aan de vennootschap hebben verstrekt. Een vennoot zou zijn privégelden in de vorm van een lening aan de vennootschap kunnen verstrekken, eerder dan een inbreng in kapitaal, vanuit de overweging dat hij, ingeval van insolventie, deze lening alsnog kan recupereren op voet van gelijkheid met de overige schuldeisers. Een inbreng in kapitaal zou in dat geval steevast verloren zou zijn. Aangezien de andere schuldeisers hierdoor een kleiner deel van de koek krijgen, acht de rechter het in sommige gevallen opportuun om de lening van de vennoot-schuldeiser als achtergesteld te beschouwen, hetgeen zoveel betekent dat de vennoot slechts voor terugbetaling in aanmerking komt in de mate dat de overige gewone schuldeisers voldaan konden worden.

Besluit

De wetgever heeft met de s-bvba een vennootschapsvorm gecreëerd waarbij het belang van de kapitaalplicht werd beperkt. Mogelijk verliest de kapitaalsplicht bij oprichting van een bvba in de toekomst elk belang wanneer deze wordt afgeschaft in het kader van de flexibilisering van het vennootschapsrecht. Dit is echter nog toekomstmuziek.

Niettemin dient er stilaan maar zeker aandacht besteed te worden aan alternatieve mechanismen van schuldeisersbescherming buiten kapitaal. Een aantal schuldeisers (banken, … ) zullen voldoende mechanismes in hun overeenkomst met de vennootschap kunnen inbouwen. Het gros van de schuldeisers zal echter aangewezen zijn op de mechanismes die de wetgever en de rechtbank hen ter beschikking stellen, zoals de doorbraak van de beperkte aansprakelijkheid van de vennoten alsook de achterstelling van de door vennoten aan de vennootschap verstrekte leningen.

Meer over ondernemings- en vennootschapsrecht

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie