nl

Rechten en plichten van de werknemer en de werkgever tijdens arbeidsongeschiktheid: een billijk evenwicht

Publicatiedatum: 24/05/15

Deze bijdrage spitst zich toe op het systeem van de arbeidsongeschiktheid en op de gevolgen hiervan voor de werknemer en voor de werkgever. Wanneer wordt een werknemer als arbeidsongeschikt beschouwd en wat zijn de gevolgen daarvan? En welke opties heeft een werkgever om de arbeidsongeschiktheid te controleren?

1 Wanneer is een werknemer arbeidsongeschikt en wat zijn de gevolgen?

Er is sprake van arbeidsongeschiktheid indien de werknemer in de onmogelijkheid verkeert de overeengekomen arbeid te verrichten ten gevolge van een ziekte of een ongeval. De arbeidsongeschiktheid brengt de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst met zich mee. Tijdens de schorsing van de arbeidsovereenkomst heeft de werknemer recht op gewaarborgd loon vanwege de werkgever, waarvan de uitbetalingsduur afhankelijk is van het statuut van de werknemer. Zo heeft een arbeider recht op maximaal twee weken gewaarborgd loon, terwijl een bediende gedurende maximaal een maand van gewaarborgd loon kan genieten. Tot slot werd de carensdag voor arbeiders afgeschaft, zodat zij recht hebben op gewaarborgd loon vanaf de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid.

2 Rechten en verplichtingen van de werknemer

Opdat de werknemer van het gewaarborgd loon kan genieten, dient hij enkele verplichtingen na te leven. De niet-naleving van die verplichtingen wordt op verschillende wijzen gesanctioneerd.

2.1 Meldingsplicht

In geval van arbeidsongeschiktheid is de werknemer verplicht zijn werkgever hiervan onmiddellijk op de hoogte te brengen (zijnde uiterlijk de dag waarop de arbeidsongeschiktheid aanvat). Die verwittiging kan op verschillende manieren gebeuren, zolang de werkgever er kennis van kan nemen (bijvoorbeeld per telefoon, per fax, per e-mail, per sms of via een familielid of een collega). Het is aan de werknemer om aan te tonen dat hij aan de meldingsplicht voldaan heeft, zodat hij de verwittiging om bewijsredenen best doet in de vorm van een e-mail, fax of sms. De werknemer die, behoudens overmacht, naliet zijn werkgever tijdig te verwittigen kan het recht worden ontzegd op gewaarborgd loon voor de dagen van ongeschiktheid die de dag van de verwittiging voorafgingen. Dat is een sanctie die reeds lang aanvaard werd door de rechtsleer en de rechtspraak maar die sinds 1 januari 2014 ook expliciet opgenomen werd in de arbeidsovereenkomstenwet.

2.2 Plicht tot afgifte geneeskundig getuigschrift

De werknemer is verplicht een geneeskundig getuigschrift voor te leggen aan de werkgever indien die hierom verzoekt. Indien de voorlegging van een geneeskundig getuigschrift voorgeschreven is in het arbeidsreglement of in een toepasselijke sectorale cao, dan geldt die verplichting zelfs zonder het uitdrukkelijke verzoek van de werkgever. De werknemer dient dat geneeskundig getuigschrift te verzenden naar de werkgever of voor te leggen op de onderneming (persoonlijk of via een derde) binnen twee werkdagen vanaf de ongeschiktheid of vanaf het verzoek daartoe vanwege de werkgever. Een voorbeeld: bij arbeidsongeschiktheid vanaf vrijdag moet de werknemer het geneeskundig getuigschrift uiterlijk verzenden op maandag. Het tijdstip van verzending is daarbij doorslaggevend, zonder dat een aangetekende verzending vereist is (doch om bewijsredenen is een aangetekende verzending wel aangewezen). De (precieze datum van) verzending en voorlegging van het geneeskundig getuigschrift kunnen door de werknemer met alle middelen van het recht worden bewezen. Het geneeskundig getuigschrift moet de volgende gegevens vermelden: de aard van de arbeidsongeschiktheid, de verwachte duur ervan en het feit of de werknemer zich al dan niet buitenshuis mag begeven. Indien de werknemer het geneeskundig getuigschrift niet tijdig voorlegt aan de werkgever dan kan die opnieuw weigeren om gewaarborgd loon uit te betalen voor de dagen van ongeschiktheid die voorafgaan aan de voorlegging van het geneeskundig getuigschrift.

3 Recht op controle van de werkgever

De werkgever heeft het recht om de arbeidsongeschiktheid in hoofde van zijn werknemers te controleren. De werkgever kan die controle in principe verrichten op eender welke wijze, doch in de praktijk zal hij een beroep doen op een controlearts die zal nagaan of er daadwerkelijk sprake is van arbeidsongeschiktheid of dat de werknemer die arbeidsongeschiktheid louter veinst.

3.1 Aanduiden van een controlearts

De werkgever heeft de vrije keuze in de aanduiding van een controlearts. De controlearts zal nagaan of de werknemer, die voorhoudt arbeidsongeschikt te zijn, ook daadwerkelijk in de onmogelijkheid verkeert om zijn arbeid te verrichten. Ondanks het feit dat de controlearts door de werkgever aangeduid en vergoed wordt, oefent hij zijn opdracht geheel onafhankelijk uit.

3.2 Plaats van de controle

De werknemer is in principe verplicht om zich aan te bieden bij de controlearts, behoudens het geval waarin het geneeskundig getuigschrift bepaalt dat de werknemer zich niet buitenshuis mag verplaatsen. In dat laatste geval zal de controlearts zich wenden tot de plaats waar de immobiele werknemer zich bevindt. De werknemer moet alle maatregelen treffen teneinde het onderzoek door de controlearts mogelijk te maken. In dat opzicht kan een sectorale cao of het arbeidsreglement een dagdeel bepalen van maximum vier aaneengesloten uren tussen 07u00 en 20u00 gedurende hetwelk de werknemer zich ter beschikking moet houden voor een bezoek van de controlearts in zijn woonplaats of een aan de werkgever meegedeelde verblijfplaats. Wanneer de werknemer wel de mogelijkheid heeft om zich buitenshuis te verplaatsen en bepaalde onkosten maakt om zich te begeven naar de controlearts dan moeten die onkosten door de werkgever vergoed worden.

3.3 Weigering en belemmering van de controle

De werknemer mag niet weigeren een door de werkgever aangeduide controlearts te ontvangen. Hij mag evenmin weigeren zich door een controlearts te laten onderzoeken. Wanneer de werknemer zich desalniettemin aan de controle onttrekt dan kan hem wederom het recht op gewaarborgd loon worden ontzegd voor de dagen die aan de controle zijn voorafgegaan. De controleweigering of de belemmering van de controle kan zelfs een grondslag uitmaken van een ontslag om dringende reden.

Besluit

De werkgever beschikt reeds lang over de mogelijkheid om een controlearts aan te stellen die de arbeidsongeschiktheid van zijn werknemers controleert. De afschaffing van de carensdag deed bij de werkgevers evenwel de vrees ontstaan voor een aanzienlijke meerkost: zij zijn gehouden tot betaling van gewaarborgd loon vanaf de eerste dag arbeidsongeschiktheid, terwijl de controle door de controlearts in praktijk slechts enkele dagen later plaatsvindt. De wetgever erkende die vrees van de werkgevers en voorzag dan ook in bijkomende maatregelen die een verscherpt toezicht op de arbeidsongeschiktheid mogelijk maken en die de werkgever toelaten om werknemers ter kwader trouw te sanctioneren in geval van geveinsde arbeidsongeschiktheid.

Meer over arbeids- en sociaalzekerheidsrecht

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie