nl

Vergoedingsregeling bij verkeersongevallen zonder zondebok

Publicatiedatum: 24/05/15
Vergoedingsregeling bij verkeersongevallen zonder zondebok

Bent u met uw voertuig betrokken bij een verkeersongeval en weet u niet wie verantwoordelijk is voor het ongeval en uw schade? Blijkt dat de betrokken bestuurders en eventuele getuigen tegenstrijdige verklaringen afleggen zodat het onzeker is wie nu juist in fout is? Blijkt uit het ingevuld aanrijdingsformulier evenmin wie aansprakelijk is voor het ongeval? In dat geval zou u wel eens beroep kunnen doen op de “kettingbotsingbepaling" van artikel 19bis-11, §2 WAM en vergoeding kunnen vragen van de betrokken verzekeringsmaatschappijen die de burgerlijke aansprakelijkheid van de betrokken bestuurders dekken.

1 Wat houdt de bepaling juist in?

Artikel 19bis-11, §2 WAM houdt in dat wanneer er verscheidene voertuigen bij het ongeval zijn betrokken en indien het niet mogelijk is vast te stellen welk voertuig het ongeval heeft veroorzaakt, de schadevergoeding van de benadeelde persoon in gelijke delen wordt verdeeld onder de verzekeraars die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de bestuurders van deze voertuigen dekken. Een betrokken verzekeraar zal enkel niet gehouden zijn tot vergoeding indien hij kan bewijzen dat de bestuurder van wie hij de aansprakelijkheid dekt absoluut niet aansprakelijk is. Net zoals artikel 29bis WAM (de vergoedingsregeling van verkeersongevallen met zwakke weggebruikers) is de bepaling van artikel 19bis-11, §2 WAM een automatische vergoedingsregeling.

2 Wat zijn de toepassingsvoorwaarden?

De regeling vervat in artikel 19bis-11, §2 WAM is een reactie van de Belgische wetgever op het arrest van het Arbitragehof van 20 september 2000 (waarin het Arbitragehof een discriminatie in de Belgische wetgeving had vastgesteld). Een belangrijk gevolg daarvan is dat die bepaling enkel van toepassing is op ongevallen die zich op het Belgisch grondgebied hebben voorgedaan (dan past men immers Belgisch recht toe).

Voor de toepassing van artikel 19bis¬-11, §2 WAM is vereist dat er verscheidene voertuigen betrokken zijn. Ment neemt aan dat de wetgever met voertuigen verwijst naar de term motorrijtuig zoals opgenomen in artikel 1 WAM, namelijk rij- of voertuigen, bestemd om zich over de grond te bewegen en die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven, zonder aan spoorstaven te zijn gebonden (auto's, bussen, vrachtwagen, en dergelijke meer).

De term verscheidene verwijst in het dagelijks taalgebruik naar vele voertuigen. Het arrest van het Grondwettelijk hof van 3 februari 2011 heeft daaromtrent verduidelijking gebracht en bepaalt dat artikel 19bis-11, §2 WAM ook van toepassing is van zodra twee of meer voertuigen betrokken zijn bij een verkeersongeval.

Verder vereist artikel 19bis-11, §2 WAM de betrokkenheid van de verscheidene voertuigen. Een voertuig is betrokken (dit geldt ook voor artikel 29bis WAM) wanneer het door zijn aanwezigheid een rol heeft gespeeld in de totstandkoming van het ongeval . Een betrokkenheid vereist geen fysisch contact tussen de voertuigen en de slachtoffers. Het is zelfs niet van belang of het voertuig al dan niet in beweging was op het ogenblik van het ongeval.

Ten slotte is artikel 19bis-11, §2 WAM enkel van toepassing wanneer het niet mogelijk is om vast te stellen welk voertuig het ongeval heeft veroorzaakt. De loutere overweging dat de handelwijze van één van de betrokken bestuurders mogelijkerwijze foutief was, verantwoordt de afwijzing van de vordering gesteund op artikel 19bis-11, § 2 WAM niet.

3 Welke schade komt in aanmerking voor vergoeding?

Artikel 19bis-11, §2 WAM spreekt enkel in algemene bewoordingen over de schadevergoeding van de benadeelde persoon zonder een onderscheid te maken tussen lichamelijke of stoffelijke schade. Tot voor kort bestond er onduidelijkheid over welke schade nu juist in aanmerking komt voor vergoeding. Zijn de verzekeraars enkel gehouden tot het vergoeden van de schade uit lichamelijke letsels (zoals het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds in bepaalde gevallen) of dienen zij ook de materiële schade te vergoeden?

Onlangs hebben zowel het Hof van Cassatie als het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over de vergoedbare schade . Beide gerechtshoven zijn het eens dat de verzekeraars ook de materiële schade moeten vergoeden. De wetgeving interpreteren op zulke wijze dat de benadeelde in toepassing van artikel 19bis-11, §2 WAM geen recht heeft op de vergoeding van zijn materiële schade zou een discriminatie uitmaken. Volgens het Grondwettelijk Hof verschilt het financiële risico ten gevolge van de schade die voortvloeit uit een ongeval waarbij het niet mogelijk is vast te stellen welk voertuig het ongeval heeft veroorzaakt, voor die verzekeraars niet wezenlijk van het financiële risico van de schade die voortvloeit uit een ongeval waarbij het wel mogelijk is vast te stellen welk voertuig het ongeval heeft veroorzaakt. In beide gevallen gaat het om een risico dat door de verzekeringspremies dient te worden gedekt. Bijgevolg is het niet verantwoord dat die verzekeraars de door de benadeelde geleden materiële schade niet zouden dienen te vergoeden.

Indien wij de principes ontwikkeld door het Grondwettelijk Hof doortrekken, kunnen wij niet anders dan concluderen dat ook de benadeelde die zelf betrokken is in het verkeersongeval vergoeding kan vorderen van zijn voertuigschade. Bovendien zou hij dit kunnen vorderen van zijn eigen verzekeraar. De vergoedingsregeling is immers een automatische vergoedingsregeling en dat betekent dat die regeling niet is onderworpen aan de beperkingen opgelegd door de WAM-wet.

4 Wie moet u aanspreken?

Tot wie moet u zich richten wanneer u als betrokkene schade lijdt ten gevolge van een verkeersongeval en het niet mogelijk is om te bepalen wie nu aansprakelijk is? Ook hierover spreekt de wet zich niet uit. Artikel 19bis-11, §2 WAM stelt enkel dat de schadelast wordt verdeeld in gelijke delen onder de verzekeraars van de betrokken motorrijtuigen, met uitzondering van de verzekeraar van de bestuurder wier aansprakelijkheid ongetwijfeld niet in het geding komt. In het laatste geval is de verzekeraar wier bestuurder zeker niet aansprakelijk is vrijgesteld van betaling.

Wij zijn van oordeel dat u zich voor de volledige schade kan beperken tot het aanspreken van één betrokken verzekeraar. Dat kan zelfs uw eigen verzekeraar zijn. De verzekeraar die overgaat tot betaling dient zich dan na de betaling van de vergoeding te richten tot de andere betrokken verzekeraars. Zoals reeds gemeld, is een betrokken verzekeraar enkel niet gehouden tot vergoeding wanneer hij kan aantonen dat de bestuurder die hij verzekert absoluut niet aansprakelijk is.

Besluit

Wanneer uw voertuig met minstens één ander voertuig betrokken is in een verkeersongeval en het is niet mogelijk om vast te stellen wie aansprakelijk is voor het ongeval, kan u aanspraak maken op vergoeding van uw schade uit lichamelijke letsels en materiële schade (bijvoorbeeld de schade aan uw voertuig). U dient zich dan te richten tot één van de betrokken verzekeraars. In principe kan u van de verzekeraar die u aanspreekt uw volledige schade recupereren. Verzekeraars proberen echter de toepassing van dit artikel te ondermijnen. Een vergoeding kan dan ook lang op zich wachten en moet soms worden afgedwongen via een gerechtelijke procedure. Het is daarom van belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde advocaat.

Meer over verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie