nl

Bescherming en bewind voor meerderjarigen

Publicatiedatum: 05/11/14

Het nieuwe gerechtelijke jaar bracht niet enkel een uniformisering maar ook een humanisering met zich mee voor de beschermingsstatus van de wilsonbekwame meerderjarigen. Waar er vroeger vier verschillende beschermingsmechanismen bestonden (het voorlopig bewind, de verlengde minderjarigheid, de gerechtelijke onbekwaamverklaring en de bijstand van een gerechtelijk raadsman), verenigt de wet van 17 maart 2013 deze nu tot één mechanisme: het bewind. De klemtoon ligt niet langer enkel op de bescherming van de goederen van de wilsonbekwame, maar breidt zich uit tot de bescherming van de persoon zelf.

1 Toepassingsgebied

Het bewind dient ter bescherming van meerderjarigen van wie hun gezondheidstoestand hen geheel of gedeeltelijk verhindert om zonder bijstand of enige andere beschermingsmaatregel hun eigen vermogens- of niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen, of voor meerderjarige personen die zich in een staat van verkwisting bevinden.

Ook op minderjarigen heeft deze wet een beperkte weerslag. Vanaf het ogenblik dat de te beschermen persoon de volle leeftijd van zeventien heeft bereikt, kan men reeds een beschermingsverzoek indienen van zodra vaststaat dat hij of zij bij de meerderjarigheid in de bovenstaande gezondheidstoestand zal verkeren.

2 Subsidiariteit en proportionaliteit

Bij de toekenning van een beschermingsstatuut worden steeds twee belangrijke principes gehanteerd: subsidiariteit en proportionaliteit. Dit maakt het de vrederechter mogelijk om de beschermingsmaatregelen op maat van de beschermde persoon te creëren.

Aangezien het beschermingsstatuut twee verschijningsvormen kent, zal men onder invloed van het subsidiariteitsbeginsel steeds opteren voor de minst ingrijpende vorm, nl. de buitengerechtelijke bescherming. De rechterlijke bescherming zal zich pas aandienen indien blijkt dat de buitengerechtelijke bescherming tekort schiet.

Verder houdt men ook rekening met de proportionaliteit. De vrederechter zal steeds de handelingen waarvoor men onbekwaam wordt verklaard zo veel mogelijk beperken. Wat de beschermde persoon zelf kan, doet hij zelf. De autonomie van de beschermde persoon is cruciaal. De vrederechter zal steeds uitgaan van de bekwaamheid van de beschermde persoon.

3 Buitengerechtelijke bescherming

De buitengerechtelijke bescherming geniet de voorkeur omdat ze minder verregaand is dan de rechterlijke bescherming. De wilsbekwame meerderjarige kan deze vorm van lastgeving op ieder ogenblik beëindigen.

Verder eindigt deze vorm van lastgeving niet van rechtswege wanneer de beschermde persoon in een gezondheidstoestand terechtkomt die beschermingsmaatregelen rechtvaardigt of in een staat van verkwisting. Indien de beschermde persoon zich niet in de reeds vermelde gezondheidstoestand of staat van verkwisting bevindt, zal ze vallen onder de gemeenrechtelijke lastgeving.

De buitengerechtelijke bescherming heeft geen invloed op de bekwaamheid van de beschermde persoon, deze blijft zowel handelings- als wilsbekwaam. Deze bescherming kan enkel invloed hebben op de goederen van de beschermde persoon.

4 Rechterlijke bescherming

De rechterlijke bescherming wijst op een (al dan niet gedeeltelijke) handelings – en wilsonbekwaamheid.

Dit beschermingsmechanisme kan, in tegenstelling tot de buitengerechtelijke bescherming, niet enkel betrekking hebben op de goederen maar ook op de persoon.

De vrederechter zal steeds trachten om de wilsonbekwame handelingen van de beschermde persoon te beperken en na te gaan wat de beschermde persoon nog zelf kan. Evenwel zijn in principe alle handelingen die door de wilsonbekwame beschermde persoon worden gesteld rechtens nietig. Een handeling die de beschermde heeft gesteld voor zijn onbekwaamverklaring kan vernietigd worden, wanneer is aangetoond dat de oorzaak van de beschermingsmaatregel reeds bestond op het ogenblik van het stellen van die handeling.

5 Bewind

Wanneer de vrederechter een rechterlijke bescherming heeft bevolen, zal hij in principe gelijktijdig het bewind organiseren.

Het bewind kan vrij simpel worden omschreven als de bevoegdheid van een derde om handelingen op het persoons- of vermogensrechtelijke vlak te stellen ten behoeve van een beschermde persoon. Tevens kan deze derde, de bewindvoerder genaamd, de handelingen gesteld door de wilsonbekwame a priori of a posteriori bekrachtigen. Daarbij dient steeds voor ogen te worden gehouden dat de bewindvoering louter tot doel heeft de belangen van de te beschermen persoon te waarborgen.

5.1 Bewindvoerder

  • De bewindvoerder over de persoon of de goederen, is degene die de beschermde persoon bijstaat of vertegenwoordigt met betrekking tot de handelingen waarvoor hij onbekwaam verklaard werd.
  • Hij ontvangt hier in principe geen vergoeding voor, tenzij de vrederechter een vergoeding toekent van maximaal drie procent van de inkomsten van de beschermde persoon.
  • Er kan telkens maar één iemand aangesteld worden als bewindvoerder over de persoon, met als enige uitzondering de beide ouders van de beschermde persoon.
  • Meerdere bewindvoerders die zijn aangesteld over de goederen is wel perfect mogelijk. De bewindvoerder over de persoon en de bewindvoerder over de goederen zijn bij voorkeur wel één en dezelfde persoon.
  • De bewindvoerder kan ook zelf gekozen worden door de beschermde persoon. Indien de wilsonbekwame zijn voorkeur evenwel niet heeft uitgesproken of indien diens keuze niet in het belang is van de beschermde persoon, dan zal de vrederechter zelf de bewindvoerder aanwijzen. Daarbij zal de voorkeur uitgaan naar een familielid. Indien deze optie niet mogelijk is, dan zal de vrederechter een professionele bewindvoerder (vb. een advocaat) aanstellen. Om het vertrouwen in zulke bewindvoerders te verhogen bepaalt de nieuwe wetgeving voortaan ook zeer duidelijk dat deze personen geen schenkingen of legaten meer kunnen ontvangen van de beschermde persoon.

Een bepaald aantal handelingen komen evenwel niet in aanmerking voor bijstand of vertegenwoordiging, zoals o.a. de toestemming om te huwen, de sterilisatie, het onderzoek naar het moeder- of vaderschap, de weigering om een autopsie uit te voeren op zijn kind van minder dan 18 maanden, het afnemen van bloed en toestemming tot zwangerschapsafbreking, het indienen van een verzoek tot echtscheiding door onderlinge toestemming,...

5.2 Vertrouwenspersoon

  • Naast de aanwijzing van de bewindvoerder, heeft de wetgever ook de aanwijzing van een vertrouwenspersoon gestimuleerd.
  • De – overigens niet-verplichte – aanstelling van een vertrouwenspersoon kan zowel bij de aanvang van het bewind als tijdens de looptijd ervan
  • De vertrouwenspersoon heeft geen vertegenwoordigingsbevoegdheid, maar fungeert als een bemiddelaar tussen de vrederechter, de bewindvoerder(s) en de beschermde persoon.
  • Hij of zij houdt toezicht op het bewind, heeft een adviserende rol om de belangen van de beschermde persoon te behartigen en is tegelijk een soort van klokkenluider bij de vrederechter voor het geval de bewindvoerder tekortschiet in zijn plichten.

6 Overgangsrecht

De wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, trad in werking op 1 september 2014.

Voor de lopende beschermingsmaatregelen gelden de volgende principes:

  • -de reeds bestaande beschermingsstatuten kunnen op ieder moment vrijwillig worden omgezet in het nieuwe bewind.
  • -is er geen vrijwillige omzetting, dan wordt het oude systeem van:
  • a)het voorlopig bewind twee jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe wet automatisch omgezet tot een bewind over de goederen van de beschermde persoon.
  • b)de gerechtelijke onbekwaamverklaring en de verlengde minderjarigheid vijf jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe wet omgezet in een bewind over de persoon en de goederen.

Besluit

Vanaf 1 september 2014 bestaat er slechts één beschermingsstatuut voor de wilsonbekwame personen: het bewind.
Het nieuwe bewind kan zowel betrekking hebben op de goederen als op de persoon van de beschermde persoon. De vrederechter zal in elk dossier het nodige maatwerk verrichten, waarbij als uitgangspunt geldt: wat de beschermde persoon zelf kan, doet hij zelf.
Verschillende regimes werden hiervoor uitgewerkt, waarvan bijstand de voorkeur geniet.
Naast de gerechtelijke bescherming (bewindvoerder) wordt ook in de buitengerechtelijke bescherming voorzien. Er zal steeds een compromis worden gezocht tussen autonomie en bescherming, hetgeen de beschermde persoon enkel en alleen maar ten goede zal komen.

Rechtsdomeinen

Meer over familierecht

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie