nl

De relevante termijnen voor de aannemer bij de uitvoering van een overheidsopdracht

Publicatiedatum: 06/02/14
De relevante termijnen voor de aannemer bij de uitvoering van een overheidsopdracht

Het is algemeen geweten dat de overheidsopdrachtenreglementering zeer uitgebreid en complex is. De recente inwerkingtreding van zowel de nieuwe wet overheidsopdrachten als haar uitvoeringsbesluiten hebben heel wat wijzigingen binnen deze complexe regelgeving aangebracht.

Zowel binnen de gunnings- als de uitvoeringsfase werden enkele aspecten gewijzigd. Deze bijdrage focust op de fase van de uitvoering van de overheidsopdracht. De bepalingen van het nieuwe Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 vervangen namelijk het Koninklijk Besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en de Algemene Aannemingsvoorwaarden (“AAV") die als bijlage bij dit besluit gevoegd waren.

De nieuwe reglementering zal toegepast moeten worden op de overheidsopdrachten die na 1 juli 2013 gepubliceerd werden. In hetgeen volgt zal een overzicht van de wijzigingen inzake termijnen, relevant voor aannemer en opdrachtgevend bestuur gegeven worden.

1 Betalingstermijnen

De bestaande regelgeving voorzag bij de aanneming van werken in een betalingstermijn van 60 dagen na het indienen van de vorderingsstaat. In het geval een eindstaat werd ingediend, werd deze betalingstermijn met 30 verlengd en dus op 90 dagen gebracht. Voor de aanneming van leveringen of diensten bedroeg de betalingstermijn steeds 50 dagen.

Onder de nieuwe reglementering wordt voor opdrachten van werken een termijn van 60 dagen voorgeschreven. Deze termijn van 60 dagen geldt ook na indiening van de eindstaat. De eigenlijke termijn van 60 dagen wordt evenwel gesplitst in twee afzonderlijke termijnen van 30 dagen. Men spreekt voortaan van een verificatietermijn en een betalingstermijn. De verificatietermijn (30 dagen) staat het opdrachtgevend bestuur toe om de vorderingsstaat na te kijken en indien nodig verbeteringen aan te brengen. Indien de werken opgenomen in de vorderingsstaat voor betaling worden aanvaard, stelt zij de aannemer hiervan in kennis en nodigt deze laatste uit om binnen een termijn van vijf dagen een factuur in te dienen voor het goedgekeurde bedrag.

Het verlengen van die verificatietermijn is slechts mogelijk indien het bestek uitdrukkelijk in een langere verificatietermijn voorziet en indien de verlenging voor de opdrachtnemer geen kennelijke onbillijkheid inhoudt.

De betalingstermijn (30 dagen) neemt een aanvang zodra de verificatietermijn verstreken is. De algemene termijn van 30 dagen kent twee nuances. Vooreerst is zij niet van toepassing op opdrachten gesloten voor 16 maart 2013. Daarnaast is zij ook niet van toepassing in het geval het opdrachtgevend bestuur gezondheidszorg verstrekt en de opdracht specifiek op gezondheidszorg gericht is. In beide gevallen bedraagt de betalingstermijn 60 dagen.

Ook ingeval het opdracht gevend bestuur binnen de verificatietermijn geen beslissing omtrent de ingediende vorderingsstaat neemt, vat de betalingstermijn dus aan. Bij het verstrijken zullen van rechtswege interesten verschuldigd zijn. De betalingstermijn kan verlengd worden, mits dit in de opdrachtdocumenten uitdrukkelijk voorzien is, en op voorwaarde dat deze afwijking objectief gerechtvaardigd wordt door de bijzondere aard of eigenschappen van de opdracht. De betalingstermijn mag in geen geval langer zijn dan 60 dagen.

Voor de opdrachten van leveringen en diensten geldt een soortgelijk systeem waarbij een verificatietermijn van 30 dagen en een betalingstermijn van 30 dagen (60 dagen in geval het opdrachtgevend bestuur in de gezondheidszorg actief is) in acht genomen worden. Bij leveringen voorziet het koninklijk besluit wel dat aan de opdrachtnemer reeds een vergoeding verschuldigd is bij het verstrijken van de verificatietermijn.

2 Borgtocht

De borgtocht wordt gesteld binnen 30 dagen volgend op de dag waarop de opdracht wordt gesloten, tenzij de opdrachtdocumenten in een langere termijn voorzien. Het niet tijdig voorleggen van het bewijs van de borgtocht, wordt niet langer automatisch financieel bestraft. Wél kan de overheid een ambtshalve borgstelling doorvoeren of een ambtshalve maatregel nemen.

Bij de vrijgave van de borgtocht is de opdrachtnemer niet langer verplicht een expliciet verzoek tot het opdrachtgevend bestuur te richten. De vrijgave van de borg geschiedt voortaan van rechtswege bij helften na de voorlopige respectievelijk de definitieve oplevering. In het geval het opdrachtgevend bestuur niet overgaat tot vrijgave binnen een termijn van 15 dagen na de oplevering zullen dus ook automatisch interesten dan wel de kosten tot behoud van de borgstelling verschuldigd zijn.

3 Aanvangsdatum van de werken

De aanbestedende overheid dient, na het sluiten van de opdracht, steeds de aanvangsdatum van de werken te bepalen. De termijnen waarbinnen de aanbestedende overheid de aanvangsdatum voor werken kan bepalen worden in het nieuwe besluit ruimer gesteld.

Behalve voor de opdrachten die gedurende de winterperiode worden gegund en waarvan de uitvoering tot het gunstige seizoen moet worden uitgesteld, moet de aanvangsdatum van de werken gelegen zijn :

  • voor gewone werken waarvan de aannemingssom overeenstemt met, of lagerligtdan,klasse 5 van de reglementering houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken : tussen de 15de en 60ste dag volgend op de dag van de sluiting van de opdracht;
  • voor de werken waarvan de aannemingssom overeenstemt met, of hogerligt dan, klasse 6 van dezelfde reglementering : tussen de 30ste en de 75ste dag volgend op de dag van de sluiting van de opdracht.

De aannemer heeft wel het recht de verbreking van de opdracht te eisen wanneer de aanbestedende overheid de aanvangsdatum van de werken niet heeft vastgesteld na het verstrijken van de 120ste of 150ste dag na het sluiten van de opdracht, naargelang de bovengenoemde respectieve termijnen van 60 of 75 dagen op de opdracht van toepassing zijn. De aannemer kan de verbreking van de opdracht bij aangetekende brief aanvragen binnen een termijn van maximum dertig dagen na de betekening van het bevel om de werken aan te vatten.

4 Klachten en verzoeken

De regelgeving omtrent klachten bij de uitvoering van overheidsopdrachten leidt in veel gevallen tot uitgebreide discussies tussen opdrachtnemer en opdrachtgevend bestuur. Deze discussies resulteren op regelmatige basis in een gerechtelijke procedure.

De bestaande termijnen tot het indienen van een klacht of verzoek in hoofde van de opdrachtnemer zijn niet gewijzigd, maar het nieuwe koninklijk besluit creëert wel een bijkomende voorwaarde.

Voortaan is de opdrachtnemer verplicht om de aanbestedende overheid zo snel mogelijk in te lichten over de feiten of omstandigheden die de goede gang van de opdracht verstoren, alsook over de invloed die deze feiten of omstandigheden hebben of kunnen hebben op het verloop en de kostprijs van de opdracht.

De vervaltermijn tot overmaken van deze kennisgeving bedraagt 30 dagen nadat de feiten of omstandigheden zich hebben voorgedaan, ofwel na de datum waarop de opdrachtnemer ze normaal had moeten kennen. Zij moeten schriftelijk worden gemeld, ook indien de aanbestedende instantie reeds op de hoogte is van de kwestieuze feiten of omstandigheden.

5 Rechtsvorderingen

De oorspronkelijke aannemingsvoorwaarden schreven voor dat een rechtsvordering moest worden ingesteld binnen een termijn van 24 maanden vanaf het proces-verbaal van definitieve oplevering. Deze verjaringsregeling wordt gewijzigd.

De termijn voor het instellen van een rechtsvordering door de opdrachtnemer lastens de opdrachtgever (m.b.t. de opdracht) verjaart voortaan uiterlijk 30 maanden volgend op de betekening van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering. De rechtsvorderingen die hun oorsprong zouden vinden in een probleem dat tijdens de waarborgperiode (periode tussen voorlopige en definitieve oplevering) plaatsvindt, verjaren echter al binnen een termijn van 3 maanden vanaf het proces-verbaal van definitieve oplevering.

Besluit

De overheidsopdrachtenreglementering werd recent substantieel gewijzigd. Gedurende de overgangsperiode zullen zowel de oude aannemingsvoorwaarden als het nieuwe koninklijk besluit van toepassing zijn. Hierbij is het belangrijk dat wordt nagegaan of de opdracht al dan niet na 1 juli 2013 gepubliceerd werd.


De nieuwe termijnen die voorgeschreven worden, dienen de opdrachtnemer meer rechtszekerheid te bieden. Van het opdrachtgevend bestuur wordt daarentegen extra waakzaamheid gevraagd. In ieder geval heeft de regelgeving tot doel om de opdracht zowel voor opdrachtgever als opdrachtnemer op een meer efficiënte wijze te doen verlopen.

Voor de laatste stand van zaken betreffende deze materie raden wij u aan om even contact met ons op te nemen.

Rechtsdomeinen

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie