nl

De nieuwe tijdelijke maatregelen om faillissementen ingevolge Covid-19 te vermijden

Publicatiedatum: 11/05/21

In een vorig artikel informeerden wij u reeds over een aankomende COVID-maatregel ter bescherming van het ondernemingsleven, meer bepaald een versoepeld kader voor de gerechtelijke reorganisatieprocedure. Met de wet van 21 maart 2021 is deze tijdelijke verspoeling er effectief gekomen en dit tot 30 juni 2021. In dit artikel schetsen wij voor u de krijtlijnen van deze nieuwe beschermingsmaatregel.

1. De discrete aanstelling van een gerechtsmandataris

De nieuwe maatregelen geven ondernemingen de mogelijkheid om op eenzijdig verzoek een gerechtsmandataris aan te stellen die met (een deel van) de schuldeisers in onderhandelingen kan treden over het uitwerken van een ontwerp van minnelijk of collectief akkoord. Dit ontwerp kan vervolgens via een versnelde gerechtelijke reorganisatieprocedure gefinaliseerd worden.

Het verzoek tot aanstelling van een gerechtsmandataris moet ingediend worden bij de voorzitter van de ondernemingsrechtbank. Het verzoek zal in raadkamer behandeld worden en de uitspraak wordt niet openbaar gemaakt. Dit biedt een aanzienlijk voordeel ten opzichte van het onmiddellijk openen van een gerechtelijke reorganisatieprocedure: de onderneming zal niet onnodig het vertrouwen van diverse leveranciers verliezen door de bekendmaking van de maatregel, hetgeen wel vaak het geval is wanneer bekend raakt dat een gerechtelijke reorganisatieprocedure werd opgestart.

De gerechtsmandataris zal vervolgens zelf beslissen met welke schuldeisers onderhandelingen worden opgestart en binnen welke termijn de individuele schuldeisers in kennis worden gesteld van zijn opdracht. Zo kan hij beslissen om de onderhandelingen op te starten met één of meer schuldeisers en deze nadien slechts uitbreiden tot andere schuldeisers.

Indien de gerechtsmandataris een minnelijk akkoord heeft bereikt met één of meerdere schuldeisers, zal de voorzitter van de ondernemingsrechtbank dit akkoord vastleggen in een beschikking. De voorzitter maakt het akkoord vervolgens over aan de rechtbank zelf, die binnen de drie maanden een zitting zal organiseren met het oog op de goedkeuring van het akkoord.

Indien de gerechtsmandataris een collectief akkoord heeft bereikt door een aanvaardbaar en aannemelijk reorganisatieplan, zal de voorzitter van de ondernemingsrechtbank het dossier eveneens overmaken aan de rechtbank. Ook hier wordt meteen een zittingsdatum vastgesteld waarop de schuldeisers moeten stemmen over het opgestelde plan. Hiervoor geldt dezelfde termijn van drie maanden.

2. Facultatieve bescherming tegen de schuldeisers

De aanstelling van een gerechtsmandataris om een minnelijk of collectief akkoord uit te werken heeft niet tot gevolg dat de onderneming automatisch bescherming geniet tegen haar schuldeisers (de zogenaamde “opschorting”). Het risico dat één van hen overgaat tot gerechtelijke stappen blijft dus nog steeds overeind.

Wel kan de gerechtsmandataris een dergelijke bescherming aanvragen bij de voorzitter van de ondernemingsrechtbank. De voorzitter kan de maatregel toekennen voor alle of slechts voor een deel van de schulden, uiteraard nadat de schuldeisers hierover gehoord werden.

Deze bescherming is evenwel niet absoluut: de voorzitter kan de toegekende bescherming op elk ogenblik beëindigen, zowel op verzoek van de gerechtsmandataris of op verzoek van een belanghebbende schuldeisers, alsook op eigen initiatief.

Merk op dat de onderneming wél van rechtswege zulke bescherming geniet vanaf het ogenblik dat de gerechtelijke reorganisatieprocedure werd opgestart nadat de gerechtsmandataris zijn werkzaamheden succesvol heeft afgerond.

3. Versoepelde toelatingsvoorwaarden

Een derde versoepeling bestaat erin dat de onderneming bij het aanvragen van een gerechtelijke reorganisatieprocedure de mogelijkheid wordt geboden om een “onvolledig” dossier in te dienen.

Zo dient een boekhoudkundige staat van actief en passief en resultatenrekening niet meer op straffe van niet-ontvankelijkheid gevoegd te worden bij de aanvraag van de procedure, maar mogen deze gegevens nog tot twee dagen voor de zitting waarop het verzoek behandeld wordt neergelegd worden of zelfs volledig achterwege blijven op voorwaarde dat een voldoende gemotiveerde toelichting wordt verstrekt die verantwoordt waarom de informatie niet (tijdig) kan worden neergelegd.

Het is maar de vraag of deze versoepeling werkelijk in het belang van de schuldenaar is. Immers, indien de schuldenaar een vennootschap is en op basis van foutieve informatie toegelaten wordt tot een gerechtelijke reorganisatieprocedure riskeren haar bestuurders om persoonlijk aansprakelijk gesteld te worden voor alle schulden. Dit is, bijvoorbeeld, het geval wanneer bij aanvang al zou blijken dat de schulden in geen geval terugbetaald kunnen worden, hetgeen maar voldoende blijkt uit een nauwkeurig bijgewerkte boekhouding.

Een goede juridische begeleiding is dus noodzakelijk.

Besluit

Als alternatief voor het intussen opgeheven faillissementsmoratorium heeft de wetgever voorzien in nieuwe tijdelijke maatregelen die tot doel hebben faillissementen ingevolge COVID-19 te vermijden.

Deze maatregelen laten toe om een gerechtsmandataris aan te stellen die in alle discretie een ontwerp van minnelijk of collectief akkoord opstelt, om dit ontwerp vervolgens via een versnelde gerechtelijke reorganisatieprocedure te finaliseren.

Bijkomend heeft de wetgever de toelatingsvoorwaarden voor het indienen van een verzoek tot gerechtelijke reorganisatie versoepeld.

Omdat het een en ander niet zonder risico is en in ieder geval maatwerk vereist, is het team van Adlex Advocaten steeds bereid u verdere toelichting en een advies op maat te verstrekken.

Meer over ondernemings- en vennootschapsrecht

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie