nl

Einde van het faillissementsmoratorium: dag des oordeels of bestaan er nog alternatieven?

Publicatiedatum: 02/02/21

Veel ondernemingen zien hun omzet als sneeuw voor de zon verdwijnen door COVID-19, terwijl dit niet steeds geldt voor hun vaste kosten. Om ondernemingen tijdens deze crisis te beschermen tegen inbeslagnames en faillissementen, heeft de overheid een faillissementsmoratorium ingesteld. Deze bescherming tegen een faillissement verviel op 31 januari 2021.

1. Einde van het faillissementsmoratorium

Het faillissementsmoratorium betekende zoveel als een uitzonderlijke en verregaande bescherming van ondernemingen tegen hun schuldeisers. Ondernemingen die hun overlevingskansen in het gedrang zagen komen door COVID-19, konden zowel tijdens de eerste en de tweede coronagolf ondernemingen slechts in eerder beperkte gevallen door hun schuldeisers gedagvaard worden in faillissement en waren beschermd tegen inbeslagnames.

Uit de recent gepubliceerde cijfers van Statbel, het Belgische statistiekbureau, blijkt dat veel ondernemingen hebben kunnen genieten van het faillissementsmoratorium. Zo gingen er in 2020 een derde minder ondernemingen failliet dan in 2019 niettegenstaande de gevolgen COVID-19.

Ondanks dat de meeste coronamaatregelen van kracht blijven, en zo dus ook voor de sectoren die klassiek het vaakst getroffen worden door faillissementen (denk maar aan de horeca), is het faillissementsmoratorium op 31 januari 2021 ten einde gekomen en genieten ondernemingen niet langer een bescherming.

Door deze beëindiging van de bescherming zullen de faillissementen ongetwijfeld toenemen en zal het faillissementsmoratorium in vele gevallen uitstel van executie gebleken zijn.

De vraag naar alternatieve oplossingen om dit faillissement alsnog te vermijden is dan ook erg actueel.

2. Alternatieve oplossingen

2.1 De gerechtelijke reorganisatieprocedure: “versoepelde” toelatingsvoorwaarden

De procedure van de gerechtelijke reorganisatie, algemeen gekend onder de naam van haar voorganger “WCO”, kan een uitweg bieden.

Deze procedure verleent ondernemingen in ademnood een tijdelijke bescherming tegen haar schuldeisers (de periode van opschorting). In deze periode van opschorting kan er noch beslag gelegd worden op de goederen van de schuldenaar noch kan de schuldenaar gedagvaard worden in faillissement. .

Klassiek is de gerechtelijke reorganisatieprocedure enkel aanbevolen voor ondernemingen die verkeren in tijdelijke moeilijkheden. Van belang is dat de onderneming nog voldoende activiteit heeft, of dat er zicht is op toekomstige omzetten die moeten volstaan om de ontstane schulden op een relatief korte termijn (maximaal vijf jaren) af te lossen en intussen geen nieuwe schulden te creëren. De wijze waarop deze schulden afgelost worden zal blijken uit een reorganisatieplan, dat de schuldenaar onder zorgvuldige begeleiding van zijn accountant en advocaat opstelt.

De overheid wenst naar eigen zeggen de toegang tot deze procedure van gerechtelijke reorganisatie te versoepelen als tegemoetkoming voor de opheffing van het faillissementsmoratorium:

  • de toegang tot de procedure wordt eenvoudiger door, enerzijds, de kostprijs van de procedure aanzienlijk te reduceren en, anderzijds, de ondernemingen de mogelijkheid te geven een “onvolledig” dossier in te dienen dat doorheen de procedure aangevuld kan worden;
  • er worden enkele fiscale gunstmaatregelen toegekend aan schuldeisers die in het kader van een gerechtelijke reorganisatieprocedure schuldverminderingen toekennen aan de schuldenaar;
  • nog voor dat de reorganisatieprocedure definitief opgestart wordt kan er reeds een gerechtsmandataris aangesteld worden die de schuldenaar ondersteunt bij het afsluiten van minnelijke of collectieve akkoorden met schuldeisers. Op deze manier kan er eens de procedure effectief opgestart is sneller een herstelplan opgesteld worden.

Toch is deze versoepeling niet zonder gevaar. Immers, wanneer op basis van foutieve informatie een gerechtelijke reorganisatie wordt toegekend lopen de bestuurders van de onderneming het risico om persoonlijk aansprakelijk gesteld te worden voor alle schulden. Dit is, bijvoorbeeld, het geval wanneer bij aanvang al zou blijken dat de schulden in geen geval terug betaald kunnen worden.

Een goede juridische begeleiding is dus noodzakelijk.

2.2 Minnelijke akkoorden met schuldeisers

Een alternatief dat in vele gevallen eerder gewenst is, is het afsluiten van minnelijke akkoorden met een aantal schuldeisers. Zulke minnelijke akkoorden bestaan doorgaans uit afbetalingsplannen en, in een kleiner aantal van gevallen, het kwijtschelden van een bepaald percentage van de schulden.

Schuldeisers, en in het bijzonder schuldeisers die niet over eigen zekerheden (zoals bijvoorbeeld een hypotheek) of voorrechten (zoals bijvoorbeeld werknemers) beschikken, zullen doorgaans geneigd zijn om in te gaan op zulke voorstellen. Immers, dergelijke schuldeisers zijn vaak beter af met zulke akkoorden dan het faillissement van hun schuldenaar of een gerechtelijke reorganisatieprocedure. In deze laatste gevallen zullen zij vaak slechts een fractie van hun schuld kunnen innen. Bovendien moeten zij telkens de afwikkeling van het faillissement of het herstelplan afwachten, wat vaak maanden tot jaren kan duren...

Besluit

De tijdelijke bescherming van (sommige) ondernemingen tegen hun schuldeisers ingevolge de coronamaatregelen is sinds 1 februari 2021 vervallen. Een faillissement kan evenwel vaak vermeden worden wanneer een goed herstelplan gemaakt worden voor de schuldeisers binnen een procedure van gerechtelijke reorganisatie of wanneer er alternatieve juridische wegen bewandeld worden.

Omdat het een en ander niet zonder risico is en in ieder geval maatwerk vereist, is het team van Adlex Advocaten steeds bereikbaar voor verdere toelichting en bijkomend advies op maat.

Meer over ondernemings- en vennootschapsrecht

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie