nl

Corona: de strafrechtelijke handhaving van de opgelegde maatregelen

Publicatiedatum: 30/03/20

Einde van de sensibiliseringsperiode! Het College van Procureurs-generaal is van mening dat wij als burgers reeds voldoende op de hoogte gesteld werden van de maatregelen die door de overheid werden opgelegd teneinde de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.

Zo werd er een strafrechtelijk beleid ontwikkeld om de naleving van de diverse maatregelen af te dwingen.

Een overzicht vindt u in deze bijdrage.

1 Inleiding

Op 25 maart 2020 heeft het College van Procureurs-generaal een bindende omzendbrief inzake het strafrechtelijk beleid aangenomen over de opsporing en de vervolging van inbreuken op het Ministerieel besluit (MB) van 24 maart 2020 houdende wijziging van het MB van 23 maart 2020.

De richtlijnen, die hieronder besproken zullen worden, moeten leiden tot een strikte toepassing van de maatregelen die getroffen werden om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.

Conform het MB van 24 maart 2020 worden drie verbodstypes strafrechtelijk bestraft, met name: (1.1) verboden of beperkte opening en toegang, (1.2) verboden activiteiten en samenscholingen en (1.3) verboden verplaatsingen. Deze verbodstypes zullen verder besproken worden.

1.1 Verboden of beperkte opening en toegang

U zal het reeds opgemerkt hebben: zo goed als alle handelszaken en winkels zijn op dit ogenblik gesloten.

Dit wordt ook zo voorzien in artikel 1 van het MB van 23 maart 2020. De handelszaken en winkels zijn gesloten, met uitzondering van voedingswinkels, nachtwinkels, dierenvoedingswinkels, apotheken, krantenwinkels, tankstations en de leveranciers van brandstoffen.

Voorgaande winkels en handelszaken zijn ertoe verplicht de nodige maatregelen te nemen om de regels van social distancing te respecteren, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

Verder zijn er bijzondere modaliteiten voorzien voor grootwarenhuizen. Zo mag er maximum 1 klant per 10 vierkante meter gedurende een periode van maximum 30 minuten aanwezig zijn in het grootwarenhuis. Solden of kortingsacties zijn verboden.

Ook markten zijn verboden. Enkel voedselkramen die onontbeerlijk zijn voor de voedselvoorziening in gebieden die geen commerciële voedselinfrastructuren hebben mogen hun waar aanbieden.

De levering van maaltijden en het aanbieden van maaltijden om mee te nemen is toegestaan.

1.2 Verboden activiteiten en samenscholingen

Artikel 5 van het MB van 23 maart 2020 omvat volgende verboden:

- samenscholingen;

- privé- en publieke activiteiten van culturele, maatschappelijke, feestelijke, folkloristische, sportieve en recreatieve aard;

- schooluitstappen en activiteiten in het kader van jeugdbewegingen, op en vanaf het nationaal grondgebied;

- organisatie van erediensten.

Uiteraard zijn hierop uitzonderingen voorzien. Zo zijn activiteiten in intieme familiale kring en begrafenisceremonies toegestaan.

Verder is het ook toegestaan een wandeling te maken met de leden van de familie die onder hetzelfde dak wonen, vergezeld van een andere persoon, of om een fysieke activiteit te beoefenen, individueel of met de familieleden die onder hetzelfde dak wonen of telkens eenzelfde vriend. Hierbij dient men telkens een afstand van 1,5 meter te bewaren tussen elke persoon.

1.3 Verboden verplaatsingen

Artikel 8 van het MB van 23 maart 2020 bepaalt dat u ertoe gehouden bent thuis te blijven. Het is verboden om u op de openbare weg of in openbare plaatsen te bevinden.

Hierop zijn uiteraard uitzonderingen voorzien. In geval van noodzakelijkheid en omwille van dringende redenen is het bijvoorbeeld toegestaan om toegang te hebben tot medische zorg, zorg te voorzien voor oudere personen, voor minderjarigen, voor personen met een handicap en voor kwetsbare personen. Ook is het toegelaten het huis te verlaten om bijvoorbeeld naar het werk of naar de bank te gaan.

2 Vaststelling van de feiten en het onderzoek

2.1

Inbreuken op voormelde artikelen zullen via de gebruikelijk middelen kunnen worden opgespoord en vastgesteld. Het gaat bijvoorbeeld om vaststellingen, verhoren, foto’s, beelden van bewakingscamera’s, internetgegevens, etc.

Men zal de vastgestelde feiten steeds goed trachten te documenteren. Zo kan men klanten en personeel verhoren, foto’s maken of beelden opnemen die aantonen dat een handelszaak ondanks het verbod toch open was, dat er activiteit was in een bepaalde handelszaak of dat het samenscholingsverbod niet nageleefd werd.

De politie zal bijvoorbeeld identiteitscontroles uitvoeren. Men is van mening dat identiteitscontroles van personen die de verplichtingen om thuis te blijven lijken te schenden door niet-essentiële verplaatsingen te maken, dan wel het samenscholingsverbod niet lijken te respecteren, tegelijkertijd niet alleen een ontradend effect hebben maar evenzeer het bewijs leveren dat deze inbreuken ook doelbewust gepleegd werden.

2.2

Verdachten kunnen verhoord worden. Dit verhoor zal gebeuren door de politiezone van de plaats van de feiten.

Men zal enkel tot een gerechtelijke vrijheidsberoving overgaan indien dit strikt noodzakelijk is voor het goede verloop van het onderzoek (bijvoorbeeld indien een verdachte tracht te vluchten of verhindert dat er vaststellingen gedaan worden).

Een Onderzoeksrechter zal geen aanhoudingsbevel kunnen uitvaardigen, aangezien dit enkel kan indien het feit voor de verdachte een correctionele hoofdgevangenisstraf van één jaar of een zwaardere straf kan opleveren, hetgeen niet het geval is bij inbreuken op artikelen 1, 5 en 8 van het MB van 24 maart 2020.

3 Sancties

Voor wat betreft de sancties, maakt men een onderscheid tussen een vaststelling van een eerste inbreuk en recidive. Beide zullen hieronder kort besproken worden.

3.1 Vaststelling van een eerste inbreuk

Bij de vaststelling van een eerste inbreuk wordt steeds een minnelijke schikking voorgesteld. Deze minnelijke schikking is verschillend voor handelaren, uitbaters en organisatoren van een activiteit en alle andere overtreders.

Handelaren, uitbaters en organisatoren van een activiteit zullen een minnelijke schikking van 750,00 EUR voorgesteld krijgen.

Belangrijke randbemerking is dat het bedrag van de minnelijke schikking verhoogd kan worden met vermogensvoordelen die ten gevolge van de niet-naleving van de inbreuk verkregen zouden zijn. Indien u bijvoorbeeld een muziekoptreden organiseert en hiervoor 3.500,00 EUR kasgeld ontvangen heeft, dan kan men u een minnelijke schikking voorstellen van 750,00 EUR en de hele of een deel van de opbrengst die zich in de kas bevindt, in beslag nemen.

Alle andere overtreders zullen een minnelijke schikking van 250,00 EUR voorgesteld krijgen.

3.2 Recidivisten

Indien er sprake is van recidive (herhaling) na een eerste vaststelling van een inbreuk, zal men overgaan tot een rechtstreekse dagvaarding voor de correctionele rechtbank. De correctionele rechtbank kan dan een gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 maanden en/of een geldboete van 26,00 EUR tot 500,00 EUR (vermeerderd met opdeciemen) opleggen.

3.3 Toepassing van het BIJZONDER strafrecht

Ondanks het feit dat voormelde sancties voorzien zijn, kan men eveneens teruggrijpen naar het Strafwetboek.

Zo bepaalt artikel 328 Sw. dat hij die wetens en willens een vals bericht geeft over het bestaan van gevaar voor een aanslag op personen of eigendommen, waarop een criminele straf gesteld is, gestraft kan worden met een gevangenisstraf van 3 maanden tot 2 jaar en met een geldboete van 50,00 EUR tot 300,00 EUR.

Deze strafbepaling kan worden toegepast indien u in het openbaar zou uitroepen dat u drager bent van het COVID-19-virus.

Verder bepaalt artikel 328bis Sw. dat hij die op om het even welke wijze stoffen verspreidt die, zonder op zichzelf gevaar in te houden, de indruk geven gevaarlijk te zijn en waarvan hij weet of moet weten dat hierdoor ernstige gevoelens van vrees kunnen worden teweeggebracht voor een aanslag op personen of op eigendommen, waarop een gevangenisstraf van ten minste twee jaar is gesteld, bestraft kan worden met een gevangenisstraf van 3 maanden tot 2 jaar en met een geldboete van 50,00 EUR tot 300,00 EUR.

In de huidige context zou iemand bespugen of vrijwillig in de nabijheid van iemand niezen of hoesten om deze persoon te laten denken dat het de bedoeling is hem of haar met het COVID-19-virus te besmetten, bestraft kunnen worden.

Hetzelfde geldt voor hoesten, spugen of niezen in de richting van te koop aangeboden voedingsmiddelen.

Artikel 454 Sw. bepaalt immers dat hij die onder spijzen of dranken of onder voedingsmiddelen of voedingswaren, welke dan ook, bestemd om verkocht of gesleten te worden, stoffen mengt of doet mengen die de dood kunnen teweegbrengen of de gezondheid zwaar kunnen schaden, bestraft kan worden met een gevangenisstraf van 6 maanden tot 5 jaar en met een geldboete van 200,00 EUR tot 2.000,00 EUR.

Voorgaand strafrechtelijk beleid is met andere woorden voldoende reden om de opgelegde maatregelen strikt en nauwgezet te volgen!

Besluit

Met het uiteengezette strafrechtelijk beleid, herinnert het College van Procureurs-generaal iedere burger eraan hoe belangrijk en essentieel het is dat iedereen zich strikt houdt aan de inperkende maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan.

De maatregelen beogen de zwaksten en meest kwetsbaren in onze samenleving te beschermen en pogen zo snel mogelijk een einde te kunnen maken aan de crisis die België momenteel doormaakt.

Dit is de reden dat overtreders van de maatregelen in kwestie zwaar zullen worden bestraft.

AdLex Advocaten cvba volgt alle ontwikkelingen nauwgezet op en staat steeds tot uw dienst om het nodige advies te verschaffen.

Rechtsdomeinen

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie