nl

Het verhaalsrecht van de gezinsaansprakelijkheidsverzekeraar

Publicatiedatum: 02/09/18

Men zegt wel eens dat kinderen slapen als een roos. Eens je kinderen  hebt, kan je er echter van op aan dat je nooit meer zal kunnen slapen als een roos en dus nooit meer volledige rust zal kunnen vinden, zeker in het geval deze minderjarige kinderen, besluiten om wat kattenkwaad uit te halen.

Als ouders een familiale polis hebben afgesloten, slaken ze vaak een zucht van opluchting, ervan uitgaande dat de familiale verzekeraar wel zal tussenkomen voor de schade veroorzaakt door een minderjarige. Dit is echter niet steeds het geval, zeker niet in het geval er sprake is van opzet in hoofde van de minderjarige.

Als een minderjarig kind een opzettelijke fout begaat, is de familiale verzekeraar immers niet gehouden om tussenkomst te verlenen op basis van de opzettelijke fout die het minderjarig kind beging.

Vaak zal een familiale polis dan toch nog dekking dienen te verlenen op basis van de kwalitatieve aansprakelijkheid van de ouders voor hun minderjarig kind.

Desalniettemin zal de verzekeraar de uitgekeerde bedragen toch trachten te verhalen bij de verzekerde op grond van artikel 152 W. Verz.

Men kan zich de vraag stellen of dit in het kader van een familiale polis wel mogelijk is. Het verhaalsrecht werd immers als tegengewicht gecreëerd in het kader van verplichte verzekeringen. Een BA gezinspolis is geen verplichte verzekering.

Men zou zich dan ook de vraag kunnen stellen of het verhaalsrecht een bestaansreden kent indien het gaat om een niet-verplichte aansprakelijkheidsverzekering, waarin de excepties, nietigheden en het verval van recht aan de benadeelde kan worden tegengeworpen.

In die optiek dient er verwezen te worden naar een recent arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen d.d. 10.01.2018

In dit arrest oordeelde het Hof van Beroep te Antwerpen dat de loutere vaststelling dat de familiale verzekering een niet-verplichte aansprakelijkheidsverzekering betreft, weliswaar niet voldoet om te concluderen dat er ipso facto geen sprake kan zijn van een verhaalsrecht conform artikel 152 W. Verz. Er moet worden nagegaan of er in het concreet geval al dan niet voldaan is aan alle voorwaarden opgenomen in artikel 152 W. Verz. Enkel indien dit het geval is, kan er succesvol een verhaal worden ingesteld door de verzekeraar.

Enerzijds dient de mogelijkheid om verhaal uit te oefenen contractueel bepaald te zijn; het voornemen om verhaal uit te oefenen dient tijdig en op duidelijke wijze ter kennis te worden gebracht aan de verzekerde en tot slot dient het vast te staan dat de verzekeraar de benadeelde vergoed heeft, hoewel hij zijn prestaties tegenover de verzekeringnemer of verzekerde – volgens de wet of de verzekeringsovereenkomst- had kunnen weigeren of verminderen. Indien hier niet aan is voldaan, kan er dus evenmin verhaalsrecht conform artikel 152 W. Verz. worden uitgeoefend.

De door de verzekeraar uitgekeerde bedragen kunnen in dat geval dan ook niet worden verhaald bij de verzekerde.

Besluit

Heeft uw kind kattenkwaad uitgehaald, dienen er slachtoffers vergoed te worden en wenst uw verzekeraar niet tussen te komen of verhaal in te stellen, adviseren wij u in elk geval contact op te nemen met ons kantoor teneinde na te gaan of het verhaalsrecht correct werd ingesteld en überhaupt een bestaansgrond kent.
 

Rechtsdomeinen

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie