nl

Een vernieuwde Vlaamse erfbelasting: een maatschappijgerichte aanpak?

Publicatiedatum: 29/08/18

Vandaag de dag houdt de erf- en schenkbelasting te weinig rekening met de maatschappelijke realiteit van de huidige samenlevingsvormen. Deze samenlevingsvormen zijn de laatste 10 jaren sterk geëvolueerd en gewijzigd.  Het gezin is vandaag de dag nog steeds de hoeksteen van onze samenleving, doch menig Belg heeft het traditionele huwelijk inmiddels vaarwel gezegd. De feitelijke samenwoning, de wettelijke samenwoning en de nieuwe samengestelde gezinnen zijn niet meer weg te denken in onze huidige samenleving.

Op de ministerraad van 2 maart 2018 heeft de Vlaamse Regering dan ook haar goedkeuring verleend aan het Voorontwerp van het Decreet tot modernisering van de erfbelasting, aangepast aan het nieuwe erfrecht. Dit decreet tracht rekening te houden met deze maatschappelijke ontwikkelingen.

Het decreet werd op 20 juli 2018 gepubliceerd en zal op 1 september 2018 in werking te treden, samen met het nieuwe federale erfrecht.

De wijzigingen die voormeld Decreet doorvoert, zullen hierna beknopt besproken worden.

1               De nieuwe erfbelasting

1.1            De nieuwe erfbelasting voor de langstlevende partner

Het huidig recht stelt, voor zover er sprake is van kinderen en er geen huwelijkscontract is dat een andere regeling voorziet, dat de langstlevende partner het vruchtgebruik van de nalatenschap erft. De kinderen erven bijgevolg de naakte eigendom van voormelde nalatenschap.

De langstlevende echtgenoot geniet onder het huidige recht reeds een vrijstelling van zijn geërfde deel (het vruchtgebruik) in de gezinswoning. De roerende goederen die de langstlevende partner erft kennen dergelijke vrijstelling echter niet.

Het Decreet tot modernisering van de erfbelasting poogt wat de roerende goederen betreft, enkele wijzigingen door te voeren. Zo zal er in de toekomst een extra vrijstelling komen op de eerste € 50.000,00 aan roerende goederen.

1.2            De nieuwe erfbelasting voor de kinderen

Daarnaast voorziet het decreet tot modernisering van de erfbelasting in een verlaging van de erfbelasting voor de kinderen. Zo zullen de kinderen onder bepaalde voorwaarden recht hebben op een belastingvrije som van € 75.000,00.

Om te kunnen genieten van de belastingvrije som, dient het kind aan de volgende voorwaarden te voldoen:

-             De belastingvrije som is weggelegd voor kinderen die jonger zijn dan 21 jaar;

-             Bovendien moeten de beide ouders overleden zijn.

Daarnaast zullen kinderen onder dezelfde voorwaarden geen erfbelasting dienen te betalen op de woning van hun ouders.

1.3            De nieuwe erfbelasting voor de ‘zijlijn’

Erven als erfgerechtigde in de zijlijn (broer, zus neef, nicht van de overledene) is vandaag de dag een dure aangelegenheid.

Wat de erfbelasting betreft, bedraagt het hoogste tarief 65%. Dit tarief wordt middels het Decreet tot modernisering van de erfbelasting teruggebracht tot 55%.

Daarenboven komt er een lager tarief voor erfenissen tot € 35.000,00 tussen broers en zussen. Onder de huidige erfbelasting betaalt een broer of zus 30% op de eerste schijf van € 75.000,00. Het Decreet tot modernisering van de erfbelasting bepaalt dat er slechts een erfbelasting ten belope van 25% betaald dient te worden op de eerste schijf van € 35.000,00.

1.4            De erfenissprong

Tot slot faciliteert het decreet tot modernisering van de erfbelasting een gedeeltelijke erfenissprong.

Vandaag bepaalt het erfrecht dat wanneer een ouder erft en zijn eigen kinderen wil begunstigen, hij de volledige erfenis dient te verwerpen. Het decreet tot modernisering van de erfbelasting zal het in de toekomst mogelijk maken dat men als ouder een deel kan laten doorgaan aan zijn kinderen. Dit gebeurt via een belastingvrije, notariële schenking aan één of meer afstammelingen die verleden dient te worden binnen één jaar na het overlijden van de erflater. Zo wordt verholpen aan het alles-of-niets-verhaal dat vandaag nog bestaat.

2                 Wettelijk voortgezet vruchtgebruik

Zoals reeds eerder aangehaald, tracht het decreet tot modernisering van de erfbelasting een gelijkschakeling te vinden met het nieuwe federale erfrecht.

Dit nieuwe erfrecht voorziet o.m. in een voortgezet vruchtgebruik voor de langstlevende echtgenoot of de langstlevende wettelijke samenwonende partner voor wat betreft de goederen die de overleden echtgenoot heeft geschonken met voorbehoud van vruchtgebruik.

Voor de langstlevende echtgenoot geldt de voorwaarde dat de schenking moet gedaan zijn op een ogenblik dat de langstlevende reeds gehuwd was met de overleden echtgenoot.

Voor de langstlevende wettelijk samenwonende partner bestaat de mogelijkheid tot het voortgezet vruchtgebruik dan weer enkel met betrekking tot schenking van de gezinswoning en de huisraad die door de overleden wettelijk samenwonende partner werd gedaan met voorbehoud van vruchtgebruik. Bovendien dient deze schenking gebeurt te zijn op het ogenblik dat er reeds een wettelijke samenwoning was tussen de schenker en de langstlevende wettelijk samenwonende partner.

De langstlevende echtgenoot en de langstlevende wettelijk samenwonende partner hebben de mogelijkheid om bij het overlijden van hun partner of echtgenoot te verzaken aan dit vruchtgebruik. In dat geval is er uiteraard geen erfbelasting verschuldigd.

Verzaakt men niet aan deze voortzetting van het vruchtgebruik, dan zullen zij onder het nieuwe erfbelastingdecreet erfbelasting verschuldigd zijn op dit vruchtgebruik.

Men dient echter op te merken dat indien het wettelijk voortgezet vruchtgebruik betrekking heeft op de gezinswoning, er nog steeds een vrijstelling van erfbelasting geldt voor de langstlevende echtgenoot en de langstlevende wettelijk samenwonende partner.

3                 Vermelding van een eerdere niet-geregistreerde erfovereenkomst

In het reeds eerder gepubliceerde artikel “Het nieuwe erfrecht onder de loep”, werd reeds gewezen op het feit dat de nieuwe erfwet voorziet in de mogelijkheid om overeenkomsten te sluiten met betrekking tot vroegere schenkingen.

Daarnaast werd eveneens gewezen op het feit dat dergelijke erfovereenkomsten verplicht in een notariële akte dienen opgenomen te worden.

De vraag rijst wat de fiscaalrechtelijke gevolgen zijn van dergelijke erfovereenkomsten.

Het decreet tot modernisering van de erfbelasting stelt dat vroegere niet-geregistreerde schenkingen in principe niet tot schenkbelasting aanleiding zullen geven. Schenkingen die toegekend werden in de erfovereenkomst zullen dan weer wel aan de schenkbelasting onderworpen zijn.

Besluit

Het Decreet tot modernisering van de erfbelasting, aangepast aan het nieuwe erfrecht houdt rekening met de maatschappelijke realiteit van vandaag de dag. Dit blijkt onder meer uit de nieuwe erfbelasting voor de langstlevende partner, waar de decreetgever een extra vrijstelling heeft voorzien op de eerste € 50.000,00 aan roerende goederen.

Ook de kinderen vallen onder een nieuw erfbelastingregime. Zo zullen kinderen onder bepaalde voorwaarden recht hebben op een belastingvrije som van € 75.000,00 en zullen zij onder bepaalde voorwaarden geen erfbelasting dienen te betalen op de woning van hun ouders.
Ook de erfbelasting voor de ‘zijlijn’ wordt aanzienlijk verlaagd, zijnde tot 55% in plaats van de 65% die vandaag de dag toepassing vindt.

Bij vragen omtrent de erfbelasting en erfovereenkomsten kan u steeds beroep doen op ons kantoor.

Rechtsdomeinen

Meer over familierecht

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie