nl

Openbare diensten zijn als werkgever verplicht de werknemer te horen alvorens te ontslaan

Publicatiedatum: 07/03/18

Ook bij een ontslag om dringende reden zal de openbare werkgever, zoals een gemeente of een OCMW, die wil overgaan tot ontslag om dringende reden van een contractuele werknemer, voortaan deze werknemer vooraf dienen te horen. Of deze hoorplicht in de toekomst ook zal worden doorgetrokken naar de werkgever van de private sector valt nog af te wachten. Op basis van de motivering van het Grondwettelijk Hof is deze hoorplicht vandaag alvast nog niet van toepassing voor de private werkgever.

1                 Nieuwigheden

 

Het Grondwettelijk Hof beslist in het arrest van 22 februari 2018 dat ook artikel 35 van de wet op de arbeidsovereenkomsten het gelijkheidsbeginsel schendt indien het een beletsel vormt voor het uitvoeren van het beginsel van de hoorplicht bij een ontslag om dringende reden. Er is geen schending wanneer dit artikelen de uitvoering van het beginsel van de hoorplicht niet in de weg staat. Dus bij een ontslag om dringende reden dient de openbare overheid het beginsel van behoorlijk bestuur – en dus de hoorplicht – te respecteren wanneer zij een contractuele werknemer willen ontslaan om dringende reden.

 

2                 Arrest van 6 juli 2017 van het Grondwettelijk Hof: hoorplicht bij ontslag

 

Het Grondwettelijk Hof had reeds bij arrest van 6 juli 2017 beslist dat de artikelen 32, 3°, en 37, § 1 van de wet op de arbeidsovereenkomsten het gelijkheidsbeginsel schenden indien zij een beletsel vormen voor het uitvoeren van het beginsel van de hoorplicht bij een ontslag van een contractuele werknemer in situaties waarbij het ontslag verband houdt met het gedrag of de persoon van de werknemer. De gevallen waar het ontslag het gevolg is van een reorganisatie van de dienst of een overmachtssituatie (denk aan medische overmacht) zouden dus niet onder de hoorplicht te vallen.

Het Grondwettelijk Hof ging in het arrest van 6 juli 2017 uit van de overweging “Dat beginsel is aan de overheid opgelegd wegens haar bijzondere aard, namelijk dat zij noodzakelijkerwijs als behoedster van het algemeen belang handelt en dat zij met volle kennis van zaken moet beslissen wanneer zij een ernstige maatregel neemt die verband houdt met het gedrag of de persoon” van een werknemer.

Volgens het Grondwettelijk Hof houdt de hoorplicht (als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur) in “dat het personeelslid dat wegens een negatieve beoordeling van zijn gedrag een ernstige maatregel dreigt te ondergaan, daarvan vooraf op de hoogte wordt gebracht en zijn opmerkingen dienstig kan doen gelden”

Er bestaat volgens het Grondwettelijk Hof geen redenen om in die omstandigheden een onderscheid te maken tussen contractuele en statutaire werknemers. Het Grondwettelijk Hof staat met die beoordeling lijnrecht tegenover het Hof van Cassatie.

 

3                 Contradictie rechtspraak Hof van Cassatie

 

Het Hof van cassatie is nochtans van oordeel dat de beginselen van behoorlijk bestuur enkel van toepassing zijn ten opzichte van statutair benoemde ambtenaren. De arbeidsrelatie van de contractuele werknemers in dienst bij de Overheid worden daarentegen geregeld door de wet op de arbeidsovereenkomsten van 1978 die geen bepalingen bevat over een voorafgaandelijke hoorplicht bij ontslag.

In het arrest van 12 oktober 2015 heeft het Hof van Cassatie (Cass. 12.10.2015, S.13.0026.N, Stad Oostende / P. V., inforum nr. 295749) nog geoordeeld dat de regeling inzake de beëindiging van arbeidsovereenkomsten een werkgever niet verplicht om een werknemer te horen alvorens over te gaan tot ontslag en dat dit bijgevolg ook geen verplichting was ten aanzien van contractuele werknemers in overheidsdienst. Volgens het Hof van Cassatie had de gemeente in deze specifieke casus geen fout gemaakt door de contractuele werknemer niet te horen alvorens hem te ontslaan.

 

4                 Bevestiging hoorplicht van de Overheid bij ontslag om dringende reden van een contractuele werknemer

 

In het nieuwe arrest van 22 februari 2018 bevestigt het Grondwettelijk Hof dat het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur audi alteram partem de overheid de verplichting oplegt de persoon ten aanzien van wie - om redenen die verband houden met zijn persoon of gedrag - een ernstige maatregel wordt overwogen, voorafgaandelijk te horen.

Het is duidelijk dat een ontslag om dringeden reden een ernstige maatregel is die per definitie verband houdt met het gedrag of de persoon van de werknemer. De openbare werkgever is voortaan dan ook verplicht de contractuele werknemer te horen alvorens over te gaan tot een ontslag om dringende reden. Het grondwettelijk Hof motiveert deze hoorplicht - als afgeleide van het beginsel van behoorlijk - bestuur als volgt:

 

Dat beginsel is aan de overheid opgelegd wegens haar bijzondere aard, namelijk dat zij noodzakelijkerwijs als behoedster van het algemeen belang handelt en dat zij met volle kennis van zaken moet beslissen wanneer zij een ernstige maatregel neemt die verband houdt met het gedrag of de persoon van de adressaat ervan”.

 

Op basis van deze motivering van het Hof kan a contratrio worden afgeleid dat deze hoorplicht enkel van toepassing is voor de openbare werkgever en niet voor de werkgever van de private sector aangezien deze laatste in principe niet in het algemeen belang handelt. In welk mate de ongelijke behandeling van een contractuele werknemer van de openbare sector ten aanzien van een contractuele werknemer van de private sector de gelijkheidstoets met de artikelen 10 en 11 van Grondwet zal doorstaan, valt nog af te wachten.

Besluit

Ook bij een ontslag om dringende reden zal de openbare werkgever, zoals een gemeente of een OCMW, die wil overgaan tot ontslag om dringende reden van een contractuele werknemer, voortaan deze werknemer vooraf dienen te horen. Of deze hoorplicht in de toekomst ook zal worden doorgetrokken naar de werkgever van de private sector valt nog af te wachten. Op basis van de motivering van het Grondwettelijk Hof is deze hoorplicht vandaag alvast nog niet van toepassing voor de private werkgever. 

Bij het doorvoeren van een ontslag om dringende reden dienen strikte vormvoorwaarden te worden nageleefd. De dringende reden moet bovendien iedere verdere samenwerking met de werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maken. Het is uiteindelijk de rechter die zal oordelen over de gegrondheid van deze dringende reden. Alvorens over te gaan tot deze vorm van ontslag, laat de werkgever zich best bijstaan door een juridisch adviseur. Voor bijkomende vragen hierover kan u ons steeds telefonisch of per e-mail contacteren.

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie