nl

Alles wat u moet weten over de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector

Publicatiedatum: 19/09/17
Alles wat u moet weten over de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector

Als aannemer, architect of studiebureau zal u ongetwijfeld gehoord hebben over de zogenaamde verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid. Een wet van 31 mei 2017 voert de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector in. De wetswijziging is het gevolg van een arrest van het Grondwettelijk Hof van 12 juli 2007. In dat arrest oordeelde het Hof tot de ongrondwettigheid van het verschil in behandeling tussen de architecten – die op dat ogenblik al een verzekeringsplicht hadden – en de aannemers en  andere dienstverleners in de bouwsector. De nieuwe wet beoogt ook meer bescherming te bieden aan consumenten. Het strekt er voornamelijk toe de bouwheer een grotere risicodekking te bieden. De wet treedt in werking op 1 juli 2018, meer in het bijzonder voor alle werken van woningbouw, waarvan de definitieve stedenbouwkundige vergunning wordt afgeleverd vanaf voormelde datum.

 

1             De drie A’s hebben een verzekeringsplicht: aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector

De verzekeringsplicht bestaat in hoofde van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector. Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen zijn onderworpen aan de verzekeringsplicht.

Onder aannemers worden onder meer bedoeld: de dakdekker, degene die ramen en deuren plaatst, degene die chapewerken uitvoert op voorwaarde dat zij werken uitvoeren die vallen onder het begrip gesloten ruwbouw.

Ook onderaannemers dienen verzekerd te zijn. De onderaannemer kan ook gedekt worden via een globale polis, in welk geval hij zelf geen verzekeringspolis moet onderschrijven voor een jaar of per bouwwerf (zie verder).

Verder is de verzekeringsplicht beperkt tot de werven waarvoor het wettelijk verplicht is om beroep te doen op een architect.

Onder andere dienstverleners verstaat men bijvoorbeeld de studiebureaus.

2             Het ene gebouw is het andere niet

De beoogde woningen zijn de gebouwen bestemd voor bewoning. Het heeft geen belang of het nu gaat om de woonplaats of het tweede verblijf. De gebouwen hoofdzakelijk ingericht voor bewoning worden ook beoogd.

Een gebouw wordt beschouwd als hoofdzakelijk bestemd voor bewoning wanneer meer dan 50% van zijn oppervlakte wordt bestemd voor bewoning.

De collectieve woning komt niet in aanmerking. Vallen onder meer niet onder het toepassingsgebied van de wet: kloosters, klinieken, ziekenhuizen, gestichten, evenmin als kamers voor studenten of voor seizoenarbeiders, wanneer de woning met dit specifieke doel werd opgericht.


3             Dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid

De verzekering dekt de burgerlijke aansprakelijkheid bedoeld in de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek voor een periode van tien jaar na de aanvaarding van de werken.

De verzekeringsplicht betreft de schade die het belangrijkst is en die het bouwwerk in gevaar brengt. Dit is het geval voor schade aan onder andere de stabiliteit, soliditeit en waterdichtheid van de gesloten ruwbouw.

De verzekeringsplicht betreft dus niet bepaalde schade die omwille van haar aard, zoals esthetische schade, zuivere immateriële schade, of omwille van de waarde wordt beschouwd als gering. Zo wordt materiële en immateriële schade lager dan 2.500 euro uitgesloten (dat bedrag is verbonden met de ABEX-index met als basisindex deze van het eerste semester van 2007).

De wet voorziet een heel aantal uitsluitingen. Is bijvoorbeeld uitdrukkelijk uitgesloten, de schade die voortvloeit uit blootstelling aan wettelijk verboden producten, zoals asbest. Ook uitgesloten zijn de kosten voor wijzigingen en/of verbeteringen aangebracht aan de woning. Bedoeld worden de verbeteringskosten die na het schadegeval worden gemaakt. Dit laatste is ook veelal het geval in de ABR-verzekering.

 

4             Gedurende tien jaar

De waarborg van de verzekering dekt de schade opgelopen gedurende de periode van tien jaar volgend op de aanvaarding van de werken en die het gevolg is van de aansprakelijkheid van de aannemer, architect of andere dienstverlener in de bouwsector.

De verzekeringsonderneming die de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid dekt is voor de vaste duur van tien jaar gehouden, en dit zelfs indien de verzekeringnemer, nadien, veranderd is van verzekeringsonderneming.

Het af te leveren verzekeringsattest geldt voor het gebouw en gaat over op de koper ongeacht het overlijden of latere faillissement van de dienstverlener. Het betreft een enige premie die de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid voor tien jaar dekt.

 

5             verzekeraar garandeert dekking voor bepaalde bedragen

In de verzekeringsovereenkomst mag de dekking van de aansprakelijkheid, per schadegeval, voor het totaal van de materiële en immateriële schade niet lager zijn dan:

  • 500.000 euro wanneer de waarde van de wederopbouw van het gebouw bestemd is voor bewoning 500.000 euro overstijgt;
  • De waarde van de wederopbouw van de woning, indien de waarde van de wederopbouw van het gebouw bestemd voor bewoning minder bedraagt dan 500.000 euro

De bedragen zijn bepaald per gebouw en niet per woonst. Concreet wil dat zeggen dat, indien een industrieel gebouw is onderverdeeld in verschillende appartementen, het bedrag dat moet verzekerd zijn maximaal 500.000 euro is ongeacht het aantal appartementen. Het doel is om het bedrag van de verzekeringspremie op een aanvaardbaar niveau te houden;

Voormelde bedragen zijn gekoppeld aan de ABEX-index, met als basisindex deze van het eerste semester van 2007.

 

6             Jaarpolis of polis per project

De verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid kan onderschreven worden onder vorm van een jaarpolis ofwel onder de vorm van een polis per project.

De verzekeringen kunnen dus worden onderschreven binnen een globale polis voor rekening van verschillende actoren die in het bouwproces tussenkomen. In dat geval is de verzekeringnemer, behoudens andersluidend beding, steeds verzekerd.

Wanneer er een globale polis wordt onderschreven voor een project, zullen alle betrokkenen, die door deze globale polis worden gedekt, vrijgesteld zijn van een individuele verzekering voor dat project.

Belangrijk om te vermelden is dat in geval van een globale polis waarbij verschillende actoren worden gedekt, de minimumdekking van de aansprakelijkheid geldt voor de verzekeringsovereenkomst in zijn geheel.

 

7             Oprichting van een tariferingsbureau

De nieuwe wet machtigt de koning om een tariferingsbureau op te richten. Dit bureau heeft als opdracht de verzekeringsplichtigen die geen dekking zouden vinden op de reguliere markt te helpen.

De wet legt één voorwaarde vast om zich te kunnen wenden tot het tariferingsbureau: drie verzekeringsondernemingen moeten geweigerd hebben het risico te verzekeren. De wet machtigt de Koning om bijkomende aanvaardingsvoorwaarden te definiëren voor bepaalde risicocategorieën die hij bepaalt.

 

8             Het bewijs van de verzekering en het verzekeringsattest

De aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector dienen te bewijzen dat zij hebben voldaan aan de verzekeringsplicht.

Voor de architecten stelt de verzekeringsonderneming ten laatste op 31 maart van elk jaar aan de Raad van de Orde van Architecten een elektronische lijst ter beschikking van de architecten die bij haar een verzekeringsovereenkomst gesloten hebben. De architecten zijn daarenboven verplicht om in de architectuurovereenkomst melding te maken van de naam van de verzekeringsonderneming, diens polisnummer evenals de contactgegevens van de Raad van de Orde van Architecten.

Bovendien zijn de aannemer en de andere dienstverleners in de bouwsector verplicht om de bouwheer en de architect een verzekeringsattest over te maken alvorens zij enig onroerend werk aanvatten. De architect krijgt dus een controletaak toegewezen. De architect is de persoon die het best geplaatst is om de verplichte verzekering te controleren. De architect kan het attest op elk ogenblik opeisen.

Werd er een globale polis afgesloten door de bouwheer/promotor of de architect, is het natuurlijk niet vereist dat de aannemers en de andere dienstverleners in de bouwsector een attest overhandigen.

Verder zijn de aannemers en andere dienstverleners in de bouwsector verplicht hun verzekeringsattest over te maken aan de RSZ tijdens het registeren van de aangifte van de werken.

Ten slotte, wanneer een krediet werd aangegaan om de werken te financieren, is het aan de bank om na te gaan of alle actoren op de bouwwerf in orde zijn met de verzekering.

 

9             Borgstelling

De wet voorziet de aannemer, de architect of elke andere dienstverlener in de bouwsector de mogelijkheid om een borgtocht te stellen in plaats van het onderschrijven van de verplichte verzekeringen.

De Koning bepaalt de voorwaarden van de borgtocht en de modaliteiten voor de neerlegging en vrijmaking ervan.

Indien de actoren opteren voor een borgstelling, dienen zij in staat zijn om op elk ogenblik een attest van borgstelling voor te leggen.

 

10           Opsporing, vaststelling en beteugeling van de inbreuken

De controle van de verzekeringsverplichting wordt toevertrouwd aan inspecteurs met ervaring in toezicht op werven. De Koning is gemachtigd om de ambtenaren aan te stellen die deze controle zullen uitvoeren.

De ambtenaren kunnen een proces-verbaal opstellen indien zij een overtreding vaststellen. Het opgestelde proces-verbaal heeft bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

De ambtenaren die de architecten controleren zijn niet dezelfde dan zij die zich naar de werven begeven.

Alleszins kunnen de ambtenaren aan de actoren die de bepalingen van de wet niet naleven een waarschuwing richten. Wordt er geen gevolg verleend aan de waarschuwing, dan heeft de bevoegde ambtenaar twee mogelijkheden:

  • het Openbaar Ministerie inlichten;
  • een geldboete voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen. Wanneer de overtreder niet ingaat op het voorstel kan de ambtenaar alsnog het Openbaar Ministerie inlichten.

De inbreuken van de aannemer, architect en de andere dienstverleners in de bouwsector op de wet en haar uitvoeringsbesluiten worden bestraft met een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 10.000 euro. Die geldboete moet uiteraard nog vermenigvuldigd worden met de opdeciemen (op het ogenblik van publicatie dit artikel is dat maal acht).

Besluit

Het is duidelijk dat de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector belangrijke gevolgen met zich meebrengt. Nu de wet pas in werking treedt op 1 juli 2018 hebben de actoren binnen de bouwsector en de verzekeraars voldoende tijd om zich in regel te stellen met de nieuwe regelgeving. Alleszins lijkt deze verplichte verzekering een belangrijk instrument ter bescherming van de bouwheer.
 

Rechtsdomeinen

Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie