nl
Iedereen die reeds in contact is gekomen met het (ver)bouwen, (ver)kopen of (ver)huren weet dat dit gepaard gaat met een aanzienlijke papierwinkel. Teneinde hieraan een halt toe te roepen heeft de Vlaamse Regering in samenwerking met de Openbare Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), het Vlaams Energieagentschap (VEA), het departement Omgeving en Wonen-Vlaanderen de ‘digitale Woningpas’ ingevoerd.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat voor stedenbouwkundige handelingen een voorafgaandelijke omgevingsvergunning dient aangevraagd te worden. Op deze regel bestaat naast de lijst met meldingsplichtige handelingen ook een lijst van stedenbouwkundige handelingen die vrijgesteld zijn van de omgevingsvergunningsplicht. Deze lijst werd recent herzien. Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.
In een recent arrest van de Raad van State wordt nogmaals bevestigd dat de beroepscommissie dezelfde beslissingsmacht heeft over de zaak en dit op dezelfde wijze en in haar geheel als de delibererende klassenraad. Het kan dan ook niet dat de beroepscommissie eenvoudigweg de beslissing van de delibererende klassenraad bevestigt.
In een recent arrest stelt de Raad van State dat een beoordelingsmethode in beginsel niet worden vastgesteld na het openen van de offertes, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze methode om aantoonbare redenen niet vóór de opening van de offertes kon worden vastgesteld. Zo niet is er sprake van een schending van het gelijkheidsbeginsel en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel.
De federale Woninghuurwet voorziet de mogelijkheid dat partijen bij een contract van negen jaar de huurprijs driejaarlijks aanpassen, en dit omwille van ‘nieuwe omstandigheden’ dan wel ingevolge werken uitgevoerd door de verhuurder. De voorwaarden en formaliteiten worden strikt geregeld door de wet. Het Vlaams Woninghuurdecreet neemt deze regelgeving ongewijzigd over. Bijkomend wordt er een nieuwe herzieningsmogelijkheid toegevoegd omwille van energiebesparende investeringen.
Het Vlaams Woninghuurdecreet bevestigt het basisprincipe dat huurovereenkomsten voor hoofdverblijfplaatsen een negenjarige duur hebben. Blijven evenwel ook nog steeds mogelijk: een contract van korte duur (≤ 3 jaar), een huurovereenkomst met een duur langer dan negen jaar en een huurovereenkomst voor het leven. Op het vlak van de opzegmodaliteiten verandert er wel één en ander. De belangrijkste wijzigingen worden in dit artikel kort toegelicht.
Tot nog toe bestonden er geen specifieke bepalingen die het huurregime voor studentenhuisvesting regelden. Men moest dan ook, afhankelijk van de concrete omstandigheden, terugvallen op de Woninghuurwet dan wel het algemeen huurrecht. Het Vlaams Woninghuurdecreet zal hier verandering in brengen: vanaf januari 2019 zullen er een aantal specifieke dwingende regels gelden die studenten moeten beschermen in de rechtsverhouding met hun verhuurder. Wat de aspecten betreft die niet specifiek geregeld worden in het Decreet, blijft het algemeen huurrecht ook na 1 januari 2019 verder van toepassing.
De federale Woninghuurwet - die van toepassing blijft op de thans nog lopende huurcontracten - voorziet geen specifieke regels voor het overlijden van één van de contractspartijen: het overlijden van de huurder of de verhuurder maakt dan ook geen einde aan de huurovereenkomst. Het Vlaams Woninghuurdecreet maakt een onderscheid naargelang de huurder dan wel de verhuurder overlijdt.
Het stellen van een huurwaarborg is geen verplichting. Het is een recht dat aan de verhuurder wordt toegekend. Het biedt hem enige bescherming voor het geval de huurder zijn verplichtingen niet nakomt. In deze bijdrage zullen we de nieuwigheden toelichten die het Vlaams Woninghuurdecreet voorziet m.b.t. de huurwaarborg.
Heel wat huurcontracten worden afgesloten met meerdere huurders: echtgenoten, wettelijk samenwonenden, koppels die feitelijk samenwonen, een groep vrienden,… De federale Woninghuurwet voorziet geen bijzondere regels voor medehuur. In de praktijk geeft dit aanleiding tot heel wat problemen (bijv. individueel recht om op te zeggen?, bescherming?, omvang verplichtingen partijen?). Het Vlaams Woninghuurdecreet komt hieraan tegemoet en voert een specifieke regeling in voor medehuur. De Decreetgever maakt hierbij een onderscheid tussen enerzijds de zogenaamde “geïnstitutionaliseerde partnerrelaties”, met name de gehuwden en de wettelijke samenwoners, en anderzijds de feitelijke samenwoners (feitelijk samenwonende partners, maar bijv. ook vrienden die samen een woning huren om de kosten te drukken). In deze bijdrage zullen we de nieuwe regels toelichten.
12345 ... 23
Met cookies werkt deze website vlot en kunnen we u inhoud op maat tonen. Als u verder surft of op "Ja, ik accepteer cookies" klikt, dan aanvaardt u deze cookies. Meer informatie